Trinidad en Tobago heeft besloten humanitaire hulp te sturen naar Cuba, maar weigert de oproep te steunen om het Amerikaanse embargo te beëindigen. Dit standpunt werd duidelijk tijdens een bijeenkomst in Bogotá, waar meerdere landen spraken over de situatie in Cuba. In tegenstelling tot veel Caribische en Latijns-Amerikaanse landen koos Trinidad en Tobago ervoor afstand te nemen van een gezamenlijke verklaring die opriep tot het stopzetten van het embargo.
Binnen de regio is dit opvallend. Veel landen, waaronder Suriname, spreken zich al jaren uit tegen het embargo, onder andere via stemmingen bij de Verenigde Naties. Zij stellen dat de maatregel de economische problemen in Cuba verergert en het dagelijks leven van burgers bemoeilijkt.
Het embargo werd in 1962 ingesteld door de Verenigde Staten, kort na de Cubaanse revolutie van 1959. Nadat de Cubaanse regering onder leiding van Fidel Castro Amerikaanse bedrijven nationaliseerde, besloot de VS economische sancties op te leggen. Het doel was om politieke druk uit te oefenen en verandering in het bestuur van Cuba te stimuleren.
Tot op heden blijft het embargo een belangrijk punt van discussie binnen de regio en daarbuiten.
