SER geïnstalleerd: adviesraad zonder advies, wel salaris

President Simons knipt lint. Foto. Applaus. Handdrukken. Iedereen lacht alsof beleid vanzelf groeit op palmbomen.

De Sociaal-Economische Raad (SER) is terug. Officieel om te adviseren. In werkelijkheid: om te bestaan.

De vorige SER zat ook netjes op stoelen. Ze kregen geld. Veel vergaderingen. Weinig telefoontjes. Geen vragen. Geen advies. Stilte. Maar wel salaris, elke maand. Klokvast. Alsof zwijgen een functieomschrijving is.

Politiek wil geen advies. Politiek wil decor. Een raad als meubelstuk. Past goed bij persconferenties. Ziet er intelligent uit. Doet niets. Perfect.

Nu nieuwe gezichten. Nieuwe pakken. Oude realiteit. Ze mogen straks praten. Misschien. Als iemand per ongeluk op “bellen” drukt.

Of beter: ze praten ongevraagd. En worden daarna professioneel genegeerd.

Simons zegt: duurzame koers. Mooie woorden. Zachte woorden. Woorden die nergens tegen botsen. Want botsen doet pijn. Luisteren ook. De partij van Simons is strak. Centraal. Geolied. Luisteren zit daar niet in het systeem. Dat is geen bug. Dat is ontwerp.

Dus wat wordt de rol van de SER? Advies geven dat niemand leest? Rapporten schrijven die stof verzamelen? Of gewoon elke maand wachten op de bankmelding?

En het volk? Die betaalt. Altijd. Zonder uitnodiging. Zonder uitleg. Wat verdient een SER-lid? Goede vraag. Stille vraag. Onhandige vraag. Want transparantie is gevaarlijk. Dan gaan mensen nadenken. En dat is niet de bedoeling.

Het is geen privé geld. Geen cadeautje. Het is publiek geld. Maar het publiek krijgt geen factuur. Alleen de rekening.

Dus daar zitten ze straks. Serieus kijkend. Pratend over economie. Terwijl de economie buiten de deur staat en niet wordt binnengelaten.

Een adviesraad zonder vraag is geen raad. Het is een club. Met stoelen. Met koffie. Met vergoeding.

Conclusie: In Suriname adviseren we het zwijgen. En luisteren is het grootste taboe.

error: Kopiëren mag niet!