Toen ze in de oppositie zaten, was elke kuil een nationale ramp en elke plas water een persconferentie waard. Microfoon in de hand, laarzen aan, wijzen naar alles wat fout ging. OW (ministerie van Openbare Werken) zou het oplossen. Alles. Meteen.
Nu Nickerie zelf in dezelfde modder zakt, is het plots stil. Geen laarzen. Geen camera.

Alleen wegen vol gaten en water dat rustig blijft staan alsof het beleid zelf heeft geleerd niet meer te bewegen.
Een ambulance probeert erdoor te komen. Schokt. Stopt. Schuift. De patiënt achterin telt seconden, terwijl buiten de weg telt hoeveel jaren onderhoud is overgeslagen. Spoedzorg wordt een hindernisbaan.
OW kijkt toe, ergens vanachter een bureau, waar kaarten netjes droog blijven. De realiteit ligt buiten: nat, kapot en genegeerd.
Oppositie was lawaai. Regeren blijkt stilte.
