De rivier ligt daar. Stil. Breed. En twee landen trekken eraan alsof het een stuk rubber is.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking zegt: alles volgens de wet. Al jaren zo. Niks nieuws. Gewoon betalen en doorvaren.
Aan de overkant schreeuwt president Irfaan Ali: illegaal. Stoppen. Of anders. Altijd dat “of anders”. Diplomatie met tanden.
Hij praat over wederkerigheid. Klinkt netjes. Betekent simpel: wij knijpen terug. Surinaamse bedrijven daar? Handig doelwit. Eerst verdienen. Dan dreigen.
Guyana speelt het slim. Kleine prikken. Eerst visvergunningen uitdelen in betwist gebied. Papieren vissen. Niemand vroeg erom. Niemand kon ze gebruiken. Maar het punt was gemaakt: wij bepalen hier ook iets.
Suriname kijkt. Knikt. Richt een commissie op. Nog een. En nog een. Commissies groeien sneller dan mangobomen. Resultaat nul.
Binnen CARICOM blijft het stil. Iedereen kijkt naar elkaar. Niemand wil ruzie. Dus gebeurt er niets. Perfect systeem voor stilstand.
Onder Chan Santokhi werd het nog stiller. Grote stoel. Kleine actie. Zijn minister Albert Ramdin speelde internationaal schaak. Steun verzamelen. Positie bouwen. En ondertussen? De rivier langzaam weggegeven zonder dat iemand het hardop zei.
Guyana wacht niet. Guyana schuift. Altijd een centimeter. Nooit een meter. Tot de meter vanzelf komt.
En als het naar het Internationaal Gerechtshof gaat? Dan komt Guyana met dure pakken en dikke dossiers. Suriname komt met herinneringen en hoop.
Want ja. Guyana won al eerder. Maritiem geschil. Zelfde spel. Zelfde uitkomst.
De rivier lacht. Water zonder paspoort. Maar iedereen wil hem bezitten. En terwijl twee landen vechten om water, stroomt het gewoon weg. Misschien is dat de echte eigenaar.
De rivier wint altijd.
