Brandweeropleiding op pauze na druk van bond en ‘nieuwe deal’

Wat begon als een interne brandweeropleiding, groeit intussen uit tot een bredere kwestie over toelating, rechtsgelijkheid, vakbondsinvloed en personeelsbeleid binnen het veiligheidsapparaat.

Uit een brief van het ministerie van Justitie en Politie (JusPol) met afspraken die volgden op een overleg van maandag 23 maart blijkt, dat de Onderofficieren Opleiding bij het Korps Brandweer Suriname (KBS) voorlopig wordt aangehouden, terwijl toegang tot de opleiding op meerdere punten is verruimd. Daarmee lijkt het ministerie een poging te doen om een escalerend conflict rond de opleiding te bezweren, maar tegelijk roept de gekozen oplossing ook nieuwe vragen op.

Opleidingen

De brief, gericht aan de brandweerleiding en voortvloeiend uit overleg tussen de leiding van het Korps Brandweer Suriname, de Bond Personeel Brandweer Suriname (BPBS), de opleidingscoördinatoren, klassevertegenwoordigers en het ministerie van Justitie en Politie, laat weinig aan duidelijkheid te wensen over: de spelregels zijn tijdens het proces aangepast. Zo is afgesproken dat lichting 2011 alsnog wordt toegelaten tot de Onderofficieren Opleiding. 

Ook personen die nog geen afgerond, geaccrediteerd HBO-diploma hebben, maar dat diploma nog in de loop van dit jaar hopen te behalen, mogen onder voorwaarden instromen. Die voorwaarde is stevig op papier, maar politiek gevoelig in de praktijk. Wie zonder afgeronde HBO-diploma toch begint, moet een overeenkomst tekenen waarin staat dat hij of zij uiterlijk 31 december 2026 dat diploma moet hebben behaald. Gebeurt dat niet, dan volgt “onverwijlde uitsluiting” uit de opleiding.

Opmerkelijk is dat deze verruiming wordt doorgevoerd terwijl volgens de brief de deadline voor toelating al verstreken was. Dat ene zinnetje is precies waar de angel zit: als termijnen achteraf worden opgerekt, rijst onvermijdelijk de vraag of regels nog voor iedereen hetzelfde betekenen.

‘Nepotisme en vriendjespolitiek’

De bond trok vorige week fel van leer over het alsnog toelaten van extra personen tot de onderofficiersopleiding en sprak zelfs van nepotisme en vriendjespolitiek.

JusPol-minister Harish Monorath wuifde die beschuldigingen weg als “stemmingmakerij” en “nonsens”, en verdedigde de ruimere toegang vanuit zijn beleidslijn om sterker in te zetten op menselijk kapitaal en capaciteitsopbouw binnen het ministerie. Volgens de minister zou het onlogisch zijn om kandidaten uit te sluiten als er ruimte is om hen alsnog te laten instromen.   

error: Kopiëren mag niet!