Wanneer ministeries namen van burgers publiceren via Facebook, ontstaat een directe schending van privacy. Namen gekoppeld aan gevoelige zaken zoals Moni Karta of grondaanvragen geven informatie over iemands financiële situatie of bezit. Volgens privacy-experts hoort zulke informatie beschermd te blijven, omdat burgers niet zelf kiezen om openbaar gemaakt te worden.
De schending zit in het zonder toestemming delen van persoonsgegevens op een openbaar platform. Facebook is een wereldwijd sociaal netwerk waar informatie snel wordt verspreid, gekopieerd en opgeslagen. Zodra namen online staan, zijn ze moeilijk te verwijderen en kunnen ze door iedereen worden gezien, ook door kwaadwillenden.
Misbruik ligt voor de hand. Criminelen kunnen mensen targeten die mogelijk geld ontvangen. Oplichters kunnen zich voordoen als overheidsinstanties en burgers benaderen met valse berichten. Ook kan identiteitsfraude ontstaan wanneer namen worden gecombineerd met andere openbare gegevens.
Een privacy-expert stelt dat zelfs een simpele naamlijst kan leiden tot intimidatie, afpersing of digitale fraude.
Een fatsoenlijke overheid publiceert geen namen, maar gebruikt veilige, gesloten systemen. Communicatie hoort individueel te gebeuren via officiële kanalen zoals brieven of beveiligde digitale portals. Transparantie mag nooit ten koste gaan van veiligheid.
De staat kan worden aangesproken via wetgeving en toezicht. Burgers kunnen klachten indienen en rechtszaken starten wanneer hun privacy wordt geschonden. Sancties kunnen bestaan uit boetes, beleidsaanpassingen en persoonlijke aansprakelijkheid van verantwoordelijke functionarissen.
De kern is eenvoudig: openbare publicatie van namen maakt burgers kwetsbaar. Bescherming van persoonsgegevens is geen luxe, maar een basisverplichting van de overheid.
