Voor veel ouderen voelt het pensioen als het einde van een druk werkleven. Maar het is niet altijd kommer en kwel. Vaker blijkt dat het ook het begin kan zijn van een nieuwe, positieve fase.
Uit een onderzoek van de Yale School of Public Health uit 2026 blijkt dat veel ouderen zich in de jaren na hun pensioen juist beter kunnen gaan voelen, zowel lichamelijk als geestelijk.
In het onderzoek volgden wetenschappers meer dan 11.000 mensen van 65 jaar en ouder gedurende een lange periode. Ze keken naar de mate waarop hun gezondheid en hun denkvermogen veranderden.
Denkvermogen, ook wel cognitief functioneren genoemd, heeft te maken met hoe goed iemand kan nadenken, herinneringen kan oproepen, nieuwe dingen kan leren en problemen kan oplossen.
Verrassend genoeg bleek dat bijna de helft van de deelnemers in die periode vooruitging. Sommige ouderen werden zelfs scherper van geest en voelden zich lichamelijk sterker dan voorheen. Een onderzoek in Suriname onder de 60-plussers zou mogelijk ook positieve resultaten opleveren, omdat veel ouderen nog fit en scherp van geest zijn.
Volgens de onderzoekers speelt de manier waarop mensen naar ouder worden kijken een belangrijke rol. Wie deze levensfase ziet als een periode met nieuwe kansen, blijft vaker actief en nieuwsgierig. Dat helpt om zowel het lichaam als de geest fit te houden.
In een land als Suriname herkennen veel mensen dit beeld. Na hun pensioen krijgen ouderen vaak meer tijd voor familie, de kerk, vrijwilligerswerk of het delen van hun kennis met jongere generaties. Grootouders helpen bij de opvoeding van kleinkinderen, onderhouden hun tuin of blijven betrokken bij de buurt, gemeenschapswerk of politiek. Sommigen ondergaan trainingen of leren een nieuw vak waarmee ze actief verder kunnen gaan .Dat geeft energie en een gevoel van betekenis.
Met een positieve kijk op het leven kan de periode na het pensioen juist een tijd zijn van groei, wijsheid en nieuwe vreugde.
