Het verzoek van de procureur-generaal om oud-minister Riad Numohamed in staat van beschuldiging te stellen, mist volgens analyse van beschikbare documenten een duidelijke juridische basis. Dagblad Suriname heeft via haar netwerk het proces-verbaal onderzocht waarop dit verzoek zou steunen. Wat daarin opvalt, is dat de tekst omvangrijk is, maar weinig concrete aanwijzingen bevat die direct wijzen op strafbaar handelen door de minister zelf.
Binnen de overheid is het niet de minister die zelfstandig grote geldbedragen uitbetaalt. Voor uitgaven boven de één komma vijf miljoen Surinaamse dollar geldt een vaste procedure. Het ministerie stelt eerst een raadsvoorstel op, ondertekend door de minister en de directeur. Dit voorstel wordt vervolgens voorgelegd aan de Raad van Ministers, die onder leiding staat van de vicepresident. Besluiten worden daar niet via stemming genomen, maar op basis van consensus.
Daarnaast bestaat er een regeringsraad, voorgezeten door de president. In dit geval blijkt dat het voorstel met betrekking tot Pan American Real Estate via deze regeringsraad is goedgekeurd. Die goedkeuring wordt vastgelegd in een zogenoemde missive, een officieel uitvoeringsbesluit.

Na goedkeuring gaat het dossier naar het ministerie van Financiën, waar de afdeling Thesaurie de documenten opnieuw controleert. Deze afdeling beoordeelt of alles financieel en juridisch correct is. Bij onregelmatigheden kan zij een negatief advies geven. Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor de uitbetaling bij de minister van Financiën, die zijn handtekening zet na deze controle.
Als er dus sprake zou zijn van fouten of onregelmatigheden, ligt het voor de hand dat meerdere schakels in dit proces betrokken zijn. Dat betekent dat niet alleen de toenmalige minister van Openbare Werken bekeken moet worden, maar ook andere verantwoordelijken, zoals de president die de missive ondertekende, de notulist van de vergadering en de functionarissen van de Thesaurie en het ministerie van Financiën.
Op basis van deze procedurele keten kan worden gesteld dat de minister volgens de geldende regels heeft gehandeld. Zonder duidelijk bewijs van persoonlijke overtreding ontbreekt de grondslag om zijn immuniteit op te heffen.
De Nationale Assemblée zou deze kwestie daarom niet via een kleine commissie moeten afhandelen, maar in een openbare vergadering, zodat transparantie en zorgvuldigheid gewaarborgd blijven.
—
