Rijstsector: kloof met Guyana toont falend beleid Suriname

De vergelijking met Guyana maakt zichtbaar hoe groot het verschil in ondersteuning is. In Guyana ontvangen rijstboeren niet alleen een directe subsidie van USD 300 per zak padie, maar ook uitgebreide steun in de vorm van kunstmest, agrochemicaliën, transport en technische begeleiding.

Voor een gemiddelde boer met circa 15 hectare kan deze totale ondersteuning oplopen tot meer dan USD 400.000 per productiecyclus. Daarnaast investeert de overheid op sectorniveau miljoenen dollars om productie, export en prijsstabiliteit te garanderen.

Deze aanpak verlaagt direct de kostprijs per hectare en vermindert het risico voor boeren. Hierdoor kunnen zij blijven investeren, schulden beheersen en concurrerend produceren op de internationale markt. De overheid fungeert daar als stabiliserende factor, niet als noodoplosser achteraf.

In Suriname is het tegenovergestelde zichtbaar. Ondersteuning is fragmentarisch en komt vaak te laat. Boeren draaien zelf op voor de zwaarste kostenposten: kunstmest, brandstof, irrigatie, machines, transport en rente op leningen. Zonder structurele subsidie en zonder gegarandeerde minimumprijs blijft de kostprijs hoog, terwijl de opbrengstprijs rond SRD 400 ligt en minimaal SRD 500 tot 550 vereist is om break-even te draaien.

Een landbouwexpert stelt dat het ontbreken van beleid niet alleen de boer raakt, maar ook de voedselzekerheid van het land ondermijnt. Waar Guyana inzet op schaalvergroting en export, blijft Suriname hangen in overleven. Zonder structurele financiële injecties, prijsbeleid en inputondersteuning zal de sector verder verzwakken en afhankelijkheid van import toenemen.

error: Kopiëren mag niet!