Zoveelste poging in DNA voor openbaarheid van bestuur

Transparantie lijkt opnieuw hoog op de politieke agenda te staan, maar de vraag blijft of Suriname deze keer wél doorpakt. In De Nationale Assemblee (DNA) heeft de Commissie van Rapporteurs (CvR) zich maandag opnieuw gebogen over twee initiatiefvoorstellen voor een Wet Openbaarheid van Bestuur. Het is niet de eerste poging om openbaarheid wettelijk te verankeren en precies daar wringt de schoen: eerdere trajecten strandden in politieke terughoudendheid, uitvoeringsproblemen en gebrek aan prioriteit. 

De voorstellen, ingediend door Assembleeleden Asiskumar Gajadien (VHP) en Ebu Jones (NDP), moeten de toegang van burgers tot overheidsinformatie verbeteren en de democratische controle versterken. Tijdens de vergadering werd vooral ingezoomd op de reikwijdte van de wet, de procedures voor informatieverzoeken en de verantwoordelijkheden van overheidsinstanties. Daarmee raakt het voorstel aan een fundamenteel probleem in Suriname: een bestuurscultuur waarin informatie vaak moeilijk toegankelijk is en transparantie geen vanzelfsprekendheid vormt.

Kosten en capaciteit 

Tijdens het horen van stakeholders werd duidelijk dat de uitvoering van de wet geen eenvoudige exercitie zal zijn. Directeur Justitie, Bies Somai, wees nadrukkelijk op de financiële consequenties. De invoering van de wet vereist investeringen in digitalisering, systemen en training van personeel. Hoewel delen van de overheid al beschikken over digitale informatie, is het proces van ontsluiting en verwerking nog lang niet uniform. 

Ook directeur Nasier Eskak van Binnenlandse Zaken onderstreepte de complexiteit. Zijn ministerie zal een sleutelrol vervullen bij de uitvoering, maar zelfs fundamentele vragen liggen nog open. Moet informatie kosteloos beschikbaar zijn of wordt een vergoeding gevraagd? Dat detail lijkt klein, maar kan in de praktijk bepalen of burgers daadwerkelijk gebruik maken van hun recht op informatie. 

Bij de Belastingdienst leeft bovendien bezorgdheid over specifieke bepalingen in het wetsvoorstel. Vertegenwoordiger Ashna Ramdhan gaf aan dat aspecten rond gegevensverstrekking en mogelijke kosten nog intern moeten worden uitgewerkt. Dit raakt direct aan een gevoelig spanningsveld: transparantie versus privacy en fiscale geheimhouding.

Termijnen onder druk 

Een ander knelpunt is de voorgestelde termijn van 21 dagen waarbinnen overheidsinstanties informatie moeten verstrekken. Volgens de Deken der Districtscommissarissen, Patrick Kensenhuis, is deze termijn in de praktijk mogelijk onhaalbaar. Hij pleitte voor verruiming naar zes weken, gezien de administratieve en logistieke processen die vaak voorafgaan aan het verzamelen van informatie.

Deze discussie legt een bredere realiteit bloot: wetgeving kan ambitieus zijn, maar zonder realistische uitvoeringscapaciteit dreigt ze een papieren tijger te worden. In een overheidsapparaat dat nog worstelt met digitalisering en efficiëntie, kan een te strakke termijn eerder leiden tot frustratie dan tot transparantie.

Democratische belofte

Dat Suriname anno 2026 nog steeds geen robuuste wet op openbaarheid van bestuur heeft, zegt veel. Internationaal geldt toegang tot overheidsinformatie al decennia als hoeksteen van goed bestuur. In de regio hebben meerdere landen vergelijkbare wetgeving ingevoerd, vaak onder druk van maatschappelijke organisaties en internationale partners. 

De behandeling van deze initiatiefvoorstellen kan daarom een kantelpunt zijn, maar alleen als politieke wil en uitvoeringskracht samenkomen. De CvR heeft afgesproken dat de bevindingen van stakeholders schriftelijk worden verwerkt, waarna de voorstellen worden voorbereid voor verdere behandeling in DNA.

error: Kopiëren mag niet!