Op een heuvel zitten een leeuw, een olifant, een giraf en een zebra rustig naast elkaar op een houten bank. Zelfs drie kleine groene wezens kijken mee. Voor hen ligt een stad die in brand staat. Rook stijgt op tussen de wolkenkrabbers terwijl straaljagers raketten afvuren.
De dieren zeggen niets. Ze kijken alleen naar het spektakel dat mensen zelf hebben veroorzaakt.
De leeuw, normaal de koning van de jungle, lijkt even sprakeloos. De olifant schudt langzaam zijn kop. De giraf kijkt van bovenaf naar de chaos en de zebra blijft stil zitten.
In de natuur vechten dieren soms om voedsel of territorium. Maar zelden vernietigen zij hun eigen leefgebied. Mensen daarentegen bouwen steden, maken regels en noemen zichzelf de slimste soort op aarde.
Toch slagen zij er telkens weer in om hun eigen wereld in brand te zetten.
Terwijl de dieren toekijken, klinkt één eenvoudige conclusie: mensen zijn soms verrassend goed in het maken van hun eigen problemen.
