In het gezin Van Alles-Regelt werd corruptie nooit uitgelegd, maar wel voorgedaan. Vader noemde het “handig zijn”. Moeder sprak over “netwerken”. Wanneer de elektriciteit uitviel, belde vader een kennis. Wanneer een vergunning vastliep, verscheen er een envelop. De kinderen keken toe, leerden snel en stelden geen vragen. Waarom zouden ze ook. Het werkte.
Op school leerden ze over eerlijkheid, thuis zagen ze efficiëntie. Eerlijkheid kostte tijd. Efficiëntie leverde resultaat. De leerkracht sprak over regels. Thuis werd geleerd welke regels buigzaam waren. Niet breken, alleen vouwen. Altijd met een glimlach. Altijd met de juiste naam. Zo groeide een moreel kompas dat niet wees naar noord of zuid, maar naar voordeel.
Later werden de kinderen volwassen. Ze klaagden over corruptie op sociale media, maar losten hun eigen problemen op zoals ze het geleerd hadden. Niet uit slechtheid, maar uit gewoonte. Traditie is hardnekkiger dan ideologie. Zo werd corruptie geen misdaad, maar familiecultuur. Een stille overdracht, generatie op generatie, verpakt als overleving.
Wanneer normafwijking dagelijks succes oplevert, verandert zij in norm. Een samenleving die dit niet doorbreekt, reproduceert het probleem sneller dan zij het kan veroordelen.
Corruptie verdwijnt niet door verontwaardiging, maar door het ontleren van wat als normaal is aangeleerd.
