De mofina wang praat terug

Ik ben een mofina wang. Zo noemen ze mij al jaren. De arme man, de gewone burger, degene die altijd moet wachten tot het beter wordt. Al vijftig jaar hoor ik dezelfde woorden. Politici zeggen dat zij voor de mofina wangs vechten. Ze zeggen dat ze ons gaan redden. Maar vreemd genoeg blijven wij altijd arm.

Toen ik jong was, zei men dat mofina wangs vooral creolen waren. Zo werd het vaak gepresenteerd in politieke praatjes. Maar kijk vandaag om je heen. De realiteit is anders. De mofina wang heeft geen kleur meer. Je vindt hem overal: bij creolen, Javanen, Hindoestanen en gemengde families. Armoede discrimineert niet.

Wat er wel groeit, is de lijst van beloften.

Elke verkiezing hoor ik dezelfde speeches. “Wij gaan de mofina wangs helpen.” “Wij gaan het leven betaalbaar maken.” “Wij gaan kansen creëren.” Maar zodra de verkiezingen voorbij zijn, verdwijnen de grote woorden als mist in de zon.

De mofina wang blijft achter met stijgende prijzen, lege portemonnees en rekeningen die steeds hoger worden.

Het ironische is dat veel van de mensen die vandaag zeggen dat ze ons willen helpen, al decennia lang in de politiek zitten. Sommigen zelf, anderen via hun partij of hun politieke erfgenamen. Het zijn vaak dezelfde systemen die armoede hebben laten groeien: corruptie, wanbeheer, inflatie en beleid zonder lange termijn.

En toch blijven ze praten alsof armoede iets is dat gisteren is ontstaan.

Ik, de mofina wang, zie het anders. Ik zie hoe elke groep langzaam in dezelfde boot is beland. Niet door cultuur of afkomst, maar door een economie die steeds zwakker werd.

Dus wanneer ik weer hoor dat men “de mofina wangs gaat redden”, moet ik lachen. Niet omdat het grappig is, maar omdat het zo voorspelbaar is.

De mofina wang heeft veel geleerd in vijftig jaar.

Vooral dit: degene die je zegt te redden, moet eerst uitleggen waarom je gered moet worden.

error: Kopiëren mag niet!