De mofina wang bestaat nog steeds

De term “mofina wang” is al decennialang onderdeel van de Surinaamse politieke woordenschat. Het betekent letterlijk: de arme man, de gewone burger die elke maand moet rekenen of het geld genoeg is. Politici gebruiken het woord graag. In toespraken, campagnes en verkiezingsbeloften klinkt het alsof zij speciaal voor deze groep vechten. Maar na vijftig jaar onafhankelijkheid moet een ongemakkelijke vraag gesteld worden: als iedereen zegt voor de mofina wang te vechten, waarom groeit die groep nog steeds?

De realiteit op straat laat weinig ruimte voor politieke romantiek. De mofina wang heeft vandaag geen kleur meer. Vroeger werd in politieke propaganda vaak gesuggereerd dat armoede vooral een probleem was van één bevolkingsgroep. De feiten hebben dat verhaal allang ingehaald. Loop door Paramaribo, Nickerie of Moengo en hetzelfde beeld verschijnt: Creolen, Hindoestanen, Javanen en gemengde gezinnen die allemaal worstelen met dezelfde rekeningen.

Een kleine scène uit het dagelijks leven zegt soms meer dan duizend politieke speeches. Een taxichauffeur vertelt dat hij vroeger met één dag werk de benzine voor drie dagen kon betalen. Nu werkt hij bijna een hele dag om alleen zijn tank halfvol te krijgen. Een alleenstaande moeder in Latour zegt dat zij vroeger één boodschappentas met SRD 500 kon vullen. Vandaag komt ze met datzelfde bedrag nauwelijks door de helft van de supermarkt.

Dit zijn geen uitzonderingen. Dit is het nieuwe normaal geworden.

De oorzaken liggen niet in pech of in een plotselinge economische storm. De wortels liggen dieper. Decennia van corruptie, politiek vriendjesbeleid en financieel wanbeheer hebben de fundamenten van de economie langzaam uitgehold. Staatsbedrijven werden gebruikt als parkeerplaats voor politieke loyalisten. Overheidsuitgaven groeiden sneller dan de inkomsten. Inflatie vrat het spaargeld van burgers op.

Elke regering beloofde hervorming. Elke regering stelde moeilijke beslissingen uit.

Het gevolg is een economie waarin de werkende burger steeds meer moet betalen voor steeds minder zekerheid. Salarissen stijgen langzamer dan prijzen. Jongeren zoeken kansen in het buitenland. Kleine ondernemers overleven van maand tot maand. En ondertussen groeit de politieke klasse verder, met commissies, raden van toezicht en adviseurs.

De ironie is pijnlijk. Dezelfde politieke structuren die de economie hebben verzwakt, presenteren zich telkens opnieuw als redders van de mofina wang.

Een gepensioneerde leraar formuleerde het onlangs scherp. Hij zei: “Ze praten over armoede alsof het gisteren is ontstaan. Maar zij zaten er al toen het begon.”

Daar ligt de kern van het probleem. Armoede in Suriname is geen natuurramp. Het is het resultaat van jarenlang beleid dat korte termijn politiek belangrijker vond dan economische stabiliteit.

De mofina wang heeft geen behoefte aan nieuwe slogans. Hij heeft behoefte aan bestuur dat werkt. Minder politieke benoemingen, meer economische discipline. Minder beloftes, meer verantwoordelijkheid.

De conclusie is eenvoudig en hard. De mofina wang hoeft niet gered te worden door dezelfde systemen die hem hebben voortgebracht. Wat Suriname nodig heeft is leiderschap dat eindelijk erkent dat armoede geen verkiezingsthema is, maar het directe resultaat van politieke keuzes.

En zolang die keuzes niet veranderen, zal de mofina wang blijven bestaan. Niet als politieke slogan, maar als dagelijkse realiteit voor duizenden Surinamers.

error: Kopiëren mag niet!