De regering wil de verwachte inkomsten uit de olie- en gassector benutten als motor voor een bredere economische transformatie. Minister van Olie, Gas en Milieu, Patrick Brunings, stelt dat de sector een belangrijke katalysator kan zijn voor herstel en groei, maar benadrukt dat Suriname niet afhankelijk mag worden van slechts één economische pijler. Volgens hem moet de komende olieproductie vooral worden ingezet om andere sectoren duurzaam te ontwikkelen, zo meldt OilNow.
Met het oog op de toenemende offshore-activiteiten en de verwachte start van olieproductie rond 2028 uit het GranMorgu-project in Blok 58, werkt de regering aan een nieuw ontwikkelingskader dat wordt aangeduid als ‘Suriname 3.0’. Dit concept moet voortbouwen op de huidige economische hervormingsfase en maakt deel uit van de bredere langetermijnplanning van de regering, waaronder de ontwikkeling van Vision 2050. Deze visie moet richting geven aan de economische ontwikkeling van Suriname voor de komende decennia.
Grote investeringen
Volgens Brunings is het van groot belang dat Suriname zich tijdig voorbereidt op de komst van olie-inkomsten. Daarbij moet worden voorkomen dat andere sectoren worden verdrongen door de plotselinge toename van inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen. De minister wees in dit verband op het risico van het zogenoemde Dutch disease-effect, waarbij een sterke afhankelijkheid van grondstoffen kan leiden tot verzwakking van andere delen van de economie. De regering wil daarom inzetten op economische diversificatie.
De opbrengsten uit olie en gas moeten volgens Brunings onder meer worden geïnvesteerd in moderne landbouw, visserij, ecotoerisme en andere productieve sectoren die op langere termijn voor werkgelegenheid en economische stabiliteit kunnen zorgen. Volgens de minister is het essentieel dat Suriname deze kansen benut om een veerkrachtige en toekomstbestendige economie op te bouwen.
Voorbereidingen
In het kader van de voorbereiding op deze nieuwe ontwikkelingsfase wil de regering een brede nationale consultatie organiseren. Daarbij zullen ministeries, de private sector, maatschappelijke organisaties, jongeren- en vrouwenorganisaties en vertegenwoordigers van inheemse en tribale gemeenschappen worden betrokken.
Het doel is om gezamenlijk een lange termijn routekaart te ontwikkelen voor de manier waarop Suriname de toekomstige olie-inkomsten verantwoord kan inzetten.
Volgens Brunings biedt de komende olieproductie een unieke kans voor het land, maar is het uiteindelijk aan Suriname zelf om te bepalen hoe deze rijkdom wordt benut. “Het hangt van ons af wat we met deze middelen doen. Het is een kans om onze economie structureel te versterken en een duurzame toekomst op te bouwen”, aldus de minister.
