Zoals bekend kunnen in Suriname politieke ambtsdragers niet automatisch strafrechtelijk worden vervolgd wanneer zij worden verdacht van een misdrijf. Daarvoor bestaat een aparte juridische procedure; WIPA. de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers,( S.B. 2001 no.72) en aangevuld in 2007.
- Deze wet vereist dat eerst de Nationale Assemblee toestemming geeft voordat het Openbaar Ministerie een ambtsdrager of een voormalige ambtsdrager kan vervolgen voor een strafbaar feit dat tijdens het ambt is gepleegd. Daarna kan het Hof van Justitie de zaak behandelen. Dit systeem probeert politieke stabiliteit te bewaren, maar staat regelmatig onder druk omdat het parlement een beslissende rol heeft in het strafproces. Procureur-generaal (PG) vermoedt dat een politieke ambtsdrager een strafbaar feit heeft gepleegd.
- De PG dient een vordering in bij De Nationale Assemblee (DNA).
- DNA beslist met een meerderheid van stemmen of de persoon “in staat van beschuldiging” wordt gesteld.
- Als DNA akkoord gaat, kan de PG de vervolging starten bij het Hof van Justitie.
DNA moet normaal gesproken binnen 90 dagen een besluit nemen.
Aan de hand van drie zaken, die van de voormalige ministers Dewanand Balesar en Gilmore Hoefdraad en oud-vicepresident Ashwin Adhin, wordt duidelijk hoe deze wet in de praktijk werkt
De bekendste en historisch belangrijke toepassing van deze wet was de veroordeling in 2008 van Dewanand Balesar, voormalig minister van Openbare Werken. Balesar stond terecht voor grootschalige fraude en valsheid in geschrifte rond opdrachten vanuit zijn ministerie. Dit plaatste de Staat voor de staat voor aanzienlijke verliezen.
Omdat Balesar een politieke ambtsdrager was, moest eerst het parlement hem in staat van beschuldiging stellen voordat vervolging mogelijk was. Pas na die parlementaire toestemming kon het Hof van Justitie hem berechten. Pas in december 2008 werd Balesar schuldig bevonden op meerdere aanklachten, waaronder valsheid in geschrifte en fraude, en veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf plus vijf jaar verbod om een openbaar ambt te bekleden.
Balesar bleef zijn onschuld volhouden en ging in hoger beroep, maar hij zat een groot deel van zijn straf uit in de gevangenis van Santo Boma. In mei 2010 werd hij uiteindelijk op vrije voeten gesteld nadat hij bijna driekwart van zijn straf had uitgezeten.
Ex-ministers Adhin en Hoefdraad
Twee andere zaken illustreren hoe de wet in de praktijk blijft functioneren.

Voormalig vicepresident Ashwin Adhin, bijvoorbeeld, werd verdacht van vernieling van overheidsapparatuur na de verkiezingen van 2020 . Na hoger beroep werd Adhin integraal vrijgesproken en het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard.
Ook voor hem moest DNA eerst toestemming geven om vervolging mogelijk te maken. Dit leidde tot scherpe politieke discussies over de rol van het parlement bij justitieel ingrijpen.

De zaak van voormalig minister van Financiën Gilmore Hoefdraad, toonde een andere werking: na twee parlementaire stemmingen gaf DNA toestemming om hem te vervolgen voor ernstige financiële misdrijven. Uiteindelijk werd Hoefdraad veroordeeld tot gevangenisstraf en boetes voor zijn rol in grootschalige staatsfinanciën-gerelateerde criminaliteit.
Deze 3 voorbeelden laten zien dat het systeem kan leiden tot veroordeling en straf, maar ook hoeveel politieke en juridische procedures moeten worden doorlopen om dat te bereiken.
De Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers is in Suriname politiek gevoelig omdat er een discussie bestaat over macht, bescherming van politici en de onafhankelijkheid van justitie,
