Sommige Surinaamse politici ogen opvallend rustig wanneer dossiers dikker worden en vragen scherper. Dat is geen zelfvertrouwen. Dat is planning. Achter de schermen bestaat al jaren een stil systeem voor een zachte landing elders. Niet vluchten, maar overstappen. Niet verdwijnen, maar “reloceren”.
In Nederland, Curaçao en Guyana worden structuren opgetuigd die eruitzien als ondernemerschap. Een bedrijf op naam van een adviseur. Een kind dat alvast “internationaal onderwijs” volgt. Een appartement dat zogenaamd wacht op investeerders. Een bankrekening die niets doet, behalve klaarstaan. Op papier is alles correct. Businessvisa, studiekosten, gezamenlijke projecten. Elk onderdeel is afzonderlijk onschuldig. Samen een nooduitgang.
Men noemt het investeringsmigratie, alsof het gaat om vooruitdenken. Maar vooruit voor wie. Terwijl de gewone Surinamer blijft vechten voor stabiliteit, bouwen sommigen al aan hun vertrek. Niet omdat het land geen kansen heeft, maar omdat verantwoordelijkheid lastig wordt wanneer de muziek stopt.
Zo ontstaat een scheve werkelijkheid. De burger investeert in blijven. De macht investeert in weg kunnen. En wie altijd een uitgang heeft, hoeft nooit echt te blijven staan wanneer het brandt.
