Stress in stilte – het onzichtbare gewicht van het dagelijks leven in Suriname

Op een warme middag in Paramaribo staat mevrouw Radjkoemar in de rij bij een supermarkt. In haar hand houdt zij een klein lijstje. Rijst, een liter olie, een beetje kip en misschien wat groenten. Wanneer zij de prijzen ziet, pakt zij haar bril opnieuw. Niet omdat zij slecht ziet, maar omdat zij hoopt dat het misschien een vergissing is.

De prijs is geen vergissing.

Ze schuift de kip terug in de vriezer en mompelt: “Vandaag eten we weer meer rijst dan kip.” De kassière knikt begrijpend. Zij heeft dezelfde rekensom gisteren ook gemaakt.

In Suriname wordt veel gesproken over economie, begrotingen en statistieken. Ministers praten over groei, grafieken en toekomstplannen. Maar in de keuken van gewone gezinnen ziet die economie er heel anders uit. Daar wordt geen grafiek besproken, maar de vraag: hoeveel porties kan deze pan nog maken?

Een ambtenaar vertelde eens dat de economie “voorzichtig herstel laat zien”. In dezelfde week zei een taxichauffeur bij de Waterkant: “Als dit herstel is, wil ik de ziekte niet meemaken.”

De spanning die hierdoor ontstaat, blijft vaak onzichtbaar. Surinamers lachen veel. Op straat wordt nog steeds een grap gemaakt. Maar achter die lach zit soms een hoofd vol zorgen.

Neem het verhaal van Winston, een vader van twee kinderen in Wanica. Hij werkt elke dag hard als monteur. Zijn salaris komt elke maand op tijd, maar het lijkt steeds sneller te verdwijnen. Eerst gaat de huur. Daarna elektriciteit. Dan schoolkosten.

Wanneer alles betaald is, blijft er soms minder over dan hij had gehoopt. “Mijn salaris loopt niet weg”, zegt hij vaak lachend tegen vrienden. “Maar de prijzen rennen.”

Zijn vrienden lachen mee. Humor is een bekende Surinaamse manier om problemen te dragen. Maar wanneer Winston ’s avonds naar zijn kinderen kijkt, denkt hij soms aan iets anders: hoe lang kan dit zo doorgaan?

Psychologen zien deze spanning steeds vaker. Volgens hen praten mensen minder over hun mentale druk dan over hun financiële problemen. Maar de twee zijn vaak met elkaar verbonden.

Wanneer iemand elke dag moet rekenen of er genoeg geld is voor eten, ontstaat er constante spanning in het lichaam. Dat kan leiden tot slapeloosheid, hoofdpijn en irritatie.

Een huisarts vertelde eens dat veel patiënten niet komen voor “stress”, maar voor klachten zoals duizeligheid, vermoeidheid of pijn in de borst. Na een lang gesprek blijkt vaak dat de oorzaak geen ziekte is, maar zorgen.

Ook jongeren voelen deze druk. Op een middelbare school in Paramaribo vroeg een docent eens aan zijn klas wat hun grootste zorg was. De docent verwachtte antwoorden over examens of huiswerk. Een leerling zei echter iets anders. “Mijn moeder praat ’s avonds vaak over schulden. Soms denk ik dat we moeten verhuizen. Daarom kan ik niet goed slapen.” De klas werd stil.

Veel jongeren horen thuis gesprekken over rekeningen, huur en stijgende prijzen. Ze begrijpen misschien niet alle details, maar ze voelen de spanning wel.

Daar komt nog iets bij: het groeiende wantrouwen tegenover politieke beloften. Tijdens verkiezingen verschijnen er vaak grote plannen. Nieuwe banen, lagere prijzen, economische groei. Campagnes klinken soms als een reclame voor een toekomst die al bijna begonnen lijkt. Maar wanneer de dagelijkse realiteit niet verandert, groeit teleurstelling.

Een marktverkoper zei eens met droge humor: “In verkiezingstijd groeit de economie sneller dan kasripoeder in de zon.” Het publiek lachte. Maar de boodschap was duidelijk.

Dit betekent niet dat Surinamers zwak zijn. Integendeel. De geschiedenis van het land laat zien dat mensen hier vaak moeilijke tijden hebben overleefd. Economische crises, politieke spanningen en internationale schokken hebben het land vaker geraakt.

Maar zelfs sterke mensen hebben grenzen.

Langdurige stress kan families onder druk zetten. Kleine problemen kunnen groter worden. Een discussie over geld kan veranderen in een ruzie. Een vader die zich machteloos voelt, kan stiller worden. Een moeder kan zich zorgen maken zonder dat iemand het merkt.

Toch ontstaan er ook kleine vormen van steun. In sommige buurten delen families eten met elkaar. Kerken organiseren voedselpakketten. Scholen proberen leerlingen te helpen wanneer ouders het moeilijk hebben.

Soms is het simpelste medicijn een gesprek.

error: Kopiëren mag niet!