Gedurende tientallen jaren hadden veel landen in het Caribisch gebied een groot probleem: er waren te weinig artsen en verpleegkundigen. Kleine landen kunnen niet gemakkelijk genoeg medische specialisten opleiden. Tegelijk vertrekken veel goed opgeleide dokters naar rijkere landen waar zij beter verdienen. Daardoor blijven vooral arme en afgelegen gebieden zonder zorg achter.

In die moeilijke situaties speelde Cuba een belangrijke rol. Het land stuurde medische brigades naar verschillende Caribische staten, ook naar Suriname. Cubaanse artsen werkten vaak in dorpen en afgelegen gebieden waar lokale artsen niet wilden of konden werken. Zij behandelden patiënten, hielpen bij bevallingen en bemanden spoedafdelingen. Voor veel mensen betekende dit het verschil tussen wel of geen medische zorg.
De relatie tussen Cuba en de Verenigde Staten is echter al lang gespannen. Na de Cubaanse revolutie van 1959 nationaliseerde de nieuwe regering bedrijven, waaronder Amerikaanse bedrijven. In reactie daarop begonnen de Verenigde Staten in 1960 economische sancties. In 1962 stelde president John F. Kennedy via Executive Order 3447 een volledig handelsverbod in. Sindsdien staat Cuba onder een langdurig Amerikaans embargo.
Volgens recente politieke verklaringen wil de Amerikaanse regering onder president Donald Trump meer druk uitoefenen op Cuba en landen die samenwerken met Cubaanse medische programma’s. Sommige landen vrezen economische of diplomatieke gevolgen wanneer zij deze samenwerking voortzetten.
Volgens gezondheidseconoom dr. Ricardo Alvarez kan een klein land zoals Suriname verschillende praktische oplossingen zoeken zonder direct in conflict te komen met sancties. Een eerste mogelijkheid is dat Cubaanse artsen individueel worden aangeworven met een Surinaamse werk- en verblijfsvergunning, in plaats van via een staatsprogramma. In dat geval werken zij juridisch als gewone buitenlandse artsen onder Surinaamse wetgeving.
Een tweede optie is samenwerking via internationale organisaties zoals regionale gezondheidsprogramma’s of universiteiten. Artsen kunnen dan tijdelijk worden ingezet voor training, onderwijs of specialistische projecten.
Volgens Alvarez moeten kleine landen pragmatisch handelen. “Gezondheidszorg is geen ideologisch debat”, zegt hij. “Voor patiënten telt vooral één vraag: is er een dokter beschikbaar wanneer zij hulp nodig hebben.”
