Bij een antidrugsoperatie hebben Colombia, Ecuador en de Verenigde Staten vijf cocaïnelabs vernietigd in het zuidwesten van Colombia, bij de Ecuadoraanse grens. In twee labs werd cocaïne geproduceerd, drie labs maakten cocapasta, een tussenproduct.
In de labs kon tot zeven ton cocaïne per maand worden geproduceerd. “Deze infrastructuren vormden een belangrijke schakel in de transnationale drugshandel”, meldt de Colombiaanse minister van Defensie Pedro Arnulfo Sánchez op X. “Als landen samenwerken, verliezen de criminelen.”
De labs bevonden zich in de departementen Putumayo en Nariño. Bij de operatie werden ongeveer 1,3 ton cocaïne en chemische tussenproducten in beslag genomen.
Zo is cocapasta een bruinige massa die gemaakt wordt van cocabladeren en kerosine of een ander organisch oplosmiddel. Uit cocapasta (ook bekend als ‘bazooka’ of ‘basuco’ in Colombia) wordt cocaïne gemaakt, maar het kan vermengd met tabak ook worden gerookt. Dat gebeurt in Zuid-Amerikaanse landen.
De praktijk ligt aan de basis van het roken van crack of basecoke in de Verenigde Staten en Europa.
