Twaalf jaar na aanname Wet voor opvanginstellingen betalen kinderen de prijs voor falend toezicht

In 2014 nam Surinamr de Wet Opvanginstellingen (S.B. 2014 no. 7) aan met een duidelijke belofte. Kwetsbare kinderen zouden nooit meer onzichtbaar of onbeschermd mogen zijn binnen opvangtehuizen. Artikel 3 bepaalt dat geen enkele instelling zonder registratie mag opereren. De artikelen 4 tot en met 7 leggen kwaliteitseisen vast voor personeel, hygiëne, veiligheid en zorg. 

Op papier lijkt het een stevig juridische bescherming. In werkelijkheid blijkt het voor veel kinderen niet meer dan een van de vele loze beloften van de overheid.

De zorgwekkende omstandigheden waarin sommige kinderen leven, tonen pijnlijk aan wat er gebeurt wanneer toezicht geheel of gedeeltelijk ontbreekt. In bepaalde tehuizen worden kinderen slecht behandeld, slaapkamers, bad- en toiletruimten niet schoongemaakt. Bedden bestaan uit losse stukken matrassen, soms moeten kinderen zelfs op een vuile vloer slapen. De lucht is er slecht, de muren vervallen, en basisvoorzieningen ontbreken totaal. 

Nog heftiger is het lot van getraumatiseerde kinderen die gespecialiseerde begeleiding nodig hebben, maar die zorg niet krijgen omdat zij verblijven in ongeregistreerde instellingen waar geen gekwalificeerd personeel aanwezig is. Er zijn gevallen bekend van minderjarigen van wie de identiteit niet officieel is vastgelegd, die niet naar school gaan en geen tijdige medische verzorging ontvangen. Dit zijn geen administratieve fouten. Dit zijn schendingen van fundamentele kinderrechten, terwijl beleidsmakers het steeds hebben over kinderen als de toekomst van morgen.

De wet verplicht de overheid toezicht te houden en in te grijpen wanneer normen niet worden nageleefd. Toch kunnen opvanghuizen blijven functioneren zonder enige vorm van inspectie. Sancties zoals intrekking van vergunningen of sluiting worden zelden zichtbaar toegepast. Integendeel blijft alles zoals het was. Het gevolg is een systeem waarin instellingen weten dat controle onregelmatig is en waarin kwetsbare kinderen afhankelijk zijn van toeval en gulle giften van weldoeners in plaats van bescherming en verzorging door de staat.

Suriname heeft zich, ook via internationale kinderrechtenverdragen, verplicht het belang van het kind voorop te stellen. Als kinderen geen identiteit hebben, verblijven en slapen onder onhygiënische omstandigheden, ondervoed zijn en  onderwijs of therapie ontberen, faalt niet alleen de instelling en de dagelijkse leiding, maar vooral  de overheid zelf. 

De Wet Opvanginstellingen had een vangnet moeten zijn, maar faalt 12 jaar na de invoering nog steeds. Zolang registratie niet wordt afgedwongen en toezicht niet structureel wordt, blijven kinderen leven in omstandigheden die geen enkel kind zou mogen ondergaan.

error: Kopiëren mag niet!