Het besluit van president Jennifer Simons om functionarissen bij De Melkcentrale N.V., de Telecommunicatie Autoriteit Suriname en het Staatsziekenfonds op non actief te stellen, wordt gemotiveerd met ethische gronden. Dat is bestuurlijk verdedigbaar, maar juridisch ontoereikend wanneer er aanwijzingen zijn van verduistering of onrechtmatige toe-eigening van staatsmiddelen. Ethiek herstelt vertrouwen; strafrecht herstelt rechtsorde.
Een strafvervolgingsjurist stelt dat bij vermoedens van verduistering, oplichting, ambtsmisbruik of witwassen onmiddellijk een formeel strafrechtelijk traject moet worden gestart. Dat betekent aangifte, veiligstelling van administratie, digitale forensische analyse, getuigenverhoren en, indien nodig, conservatoir beslag op vermogensbestanddelen om verhaal veilig te stellen.
Alleen een onafhankelijk onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie kan vaststellen of er strafbare feiten zijn gepleegd en wie daarvoor persoonlijk aansprakelijk is.
Staatsbedrijven beheren middelen die economisch toebehoren aan de gemeenschap. Indien gelden onrechtmatig zijn onttrokken, is niet alleen de rechtspersoon benadeeld, maar indirect de volledige bevolking van circa zeshonderdduizend inwoners. De schade is dan collectief. In dat licht volstaat een beroep op ethiek niet. Het strafrecht kent individuele verantwoordelijkheid. Bestuurders en toezichthouders kunnen persoonlijk vervolgd worden wanneer zij actief hebben deelgenomen aan fraude of bewust hebben nagelaten in te grijpen bij evidente misstanden.
Bescherming van het collectieve eigendom vereist structurele maatregelen. Transparante aanbestedingsprocedures, verplichte externe audits, publicatie van jaarrekeningen, integriteitstoetsing van bestuurders en versterking van interne controlemechanismen zijn essentieel. Daarnaast moet civielrechtelijke schadevergoeding worden overwogen om verduisterde middelen terug te vorderen.
Indien misdrijven worden bewezen, is vervolging geen politieke keuze maar een juridische noodzaak. Het signaal naar de samenleving moet helder zijn: publieke middelen zijn geen privébezit.
Alleen door consequente strafrechtelijke handhaving kan het vertrouwen van burgers in staatsinstituten worden hersteld en kan worden voorkomen dat ethiek een substituut wordt voor gerechtigheid.
