De grootste oplichterij in het leven is dat we belasting betalen op het geld dat we verdienen, belasting betalen wanneer we het uitgeven en daarna opnieuw belasting betalen op wat we bezitten, terwijl dat bezit al is gekocht met geld waarover eerder belasting is geheven.
Als burger kijk ik hiernaar en zie geen systeem, maar een kringloop die nooit stopt. Je werkt, de staat pakt zijn deel. Je koopt brood, brandstof of kleding, opnieuw een deel. Je spaart, investeert of bezit een huis, weer een aanslag. Elke stap wordt gepresenteerd als logisch, noodzakelijk en onvermijdelijk. Maar samen vormen ze geen redelijke bijdrage, ze vormen een permanente aftap.
De satire zit niet in de belastingen zelf, maar in de rechtvaardiging ervan. Elke heffing wordt afzonderlijk verdedigd, alsof ze los van elkaar bestaan. Niemand praat over de optelsom. Niemand rekent hardop voor wat er werkelijk overblijft van een inkomen na alle lagen zijn afgepeld.
De burger wordt verteld dat dit solidariteit is. Dat het nodig is voor wegen, zorg en veiligheid. Tegelijkertijd ziet diezelfde burger verspilling, wanbeheer en steeds nieuwe gaten die met nog meer belastingen moeten worden gevuld. Dat voedt geen vertrouwen, dat voedt cynisme.
Belasting is geen diefstal op papier. Maar wanneer hetzelfde geld steeds opnieuw wordt belast zonder zichtbare tegenprestatie, voelt het voor de burger niet als bijdragen, maar als langzaam leeglopen.
