Gezondheid als handel: eerst ziek maken, dan redden  

Men zegt dat gezondheid prioriteit is. Ondertussen groeit een economie die juist afhankelijk is van ongezonde keuzes. Voedsel wordt industrieel bewerkt tot calorierijke, nutriëntarme producten. Reclame normaliseert overconsumptie. Steden worden ingericht voor auto’s, niet voor beweging. Werkritmes bevorderen stress en slaaptekort. Vervolgens stijgen cijfers van obesitas, diabetes en hart en vaatziekten.

Dan verschijnt dezelfde markt met supplementen, detoxkuren, sportabonnementen, medische trajecten en preventiecampagnes. Het systeem presenteert zichzelf als redder van een crisis die het mede heeft gefaciliteerd. Risicofactoren worden eerst gemonetariseerd, daarna wordt herstel gemonetariseerd.

De consument krijgt individuele verantwoordelijkheid toegeschoven: discipline ontbreekt, motivatie schiet tekort. Structurele prikkels blijven buiten beeld. Suiker is goedkoper dan groente. Marketingbudgetten overstijgen voorlichtingscampagnes. Winstmodellen belonen volume, niet volksgezondheid.

De ironie is dat preventie economisch minder aantrekkelijk is dan behandeling. Een gezonde populatie koopt minder medicatie en minder corrigerende diensten. Het rationele systeemgedrag is dus niet maximale gezondheid, maar maximale omzet binnen gezondheidsretoriek.

Zo ontstaat een cyclus waarin het probleem geen fout is, maar een markt. Gezond blijven wordt gepresenteerd als persoonlijke strijd, terwijl de omgeving systematisch in tegengestelde richting duwt. De oplossing ligt niet in meer producten, maar in het herontwerpen van prikkels. Zolang winst boven preventie staat, blijft gezondheid een verdienmodel.

error: Kopiëren mag niet!