Drie maaltijden en een cel: Het nieuwe sociale zekerheidsmodel

In Suriname bestaat een bijzonder sociaal experiment. Het heet geen wet, geen beleidsplan en geen hervormingsprogramma. Het heet: pech hebben zonder strafblad.

Ik heb geen dak boven mijn hoofd. Geen adres, geen postbus, geen energierekening. Alleen lucht als plafond en stoeptegels als vloer. Dagelijks moet ik bedelen om een broodje te kunnen kopen. Niet uit ambitie, niet uit levensvisie, maar omdat mijn geestelijke omstandigheden mij buiten het systeem hebben geplaatst.

Toch blijkt er een alternatief vangnet te bestaan. Men noemt het de gevangenis. Wie steelt en wordt gepakt, krijgt drie maaltijden per dag. Een bed met matras. Dagelijks toegang tot water om te baden. Medische zorg zonder factuur. Structuur. Regels. Zekerheid.

Ik steel niet. Ik wil niet stelen. Maar de logica van het systeem is helder: wie de wet breekt, krijgt voorzieningen. Wie de wet respecteert maar geen middelen heeft, krijgt advies om “zijn best te doen”.

Blijkbaar is de sleutel tot sociale bescherming geen armoede, geen kwetsbaarheid, geen ziekte. De sleutel is een misdrijf. Pas na een overtreding word je zichtbaar.

Het is een efficiënt model. De staat hoeft geen complexe armoedebestrijding te organiseren. Geen uitgebreide geestelijke gezondheidszorg op straat. Geen structurele opvang. Men wacht eenvoudig tot wanhoop escaleert. Daarna volgt automatische opname, inclusief kost en inwoning.

De ironie is compleet. De wet beschermt de samenleving tegen criminelen, maar beschermt de crimineel tegen ontbering. Ondertussen leert de dakloze burger een subtiele les in beleidslogica: moreel gedrag garandeert niets, strafbaar gedrag garandeert onderdak.

Zo wordt vrijheid een luxegoed zonder faciliteiten, en detentie een arrangement met voorzieningen.

Een samenleving die dit normaal vindt, heeft geen satire meer nodig. Zij schrijft die zelf.

error: Kopiëren mag niet!