“De zwaarste baan die ik ooit heb gehad.” Zo beschrijft een 69-jarige zijn jarenlange rol als mantelzorger. Nadat hij zijn baan verloor, trok hij weer in bij zijn moeder, die niet alleen voor zijn jongere zus met terminale kanker zorgde, maar later zelf – op 88-jarige leeftijd – volledige ondersteuning nodig had. Hij werd kok, boodschapper, verpleegkundige, dokter, gezelschapsmens: een 24/7-zorgsysteem in één persoon.
Ondanks de uitputting noemt hij het werk tegelijk het meest belonende van zijn leven. Maar nu, op zijn 69ste, alleenwonend en met een verslechterende gezondheid, vraagt hij zich af: wie zal er voor mij zorgen wanneer ik het niet meer kan?
Die vraag echoot in Suriname. Onze samenleving steunt zwaar op familie-zorg, vaak zonder professionele begeleiding, zonder financiële steun en zonder structurele voorzieningen.
Veel ouderen wonen alleen, anderen zijn afhankelijk van kinderen die zelf kampen met economische onzekerheid, migratie of werkdruk. Mantelzorgers raken overbelast, terwijl ouderen worstelen met chronische ziekten, beperkte mobiliteit en een zorgsysteem dat steeds minder toegankelijk wordt.
Het verhaal is geen ver-van-ons-bed-show; het is een waarschuwing. Suriname moet nu investeren in ouderenzorg, respijtzorg en waardige ondersteuning voor mantelzorgers. Want vroeg of laat wordt de vraag ook hier onvermijdelijk: wie zorgt voor de zorgenden?
