Juan Domingo Perón, de controversiële voormalige vicepresident van Argentinië, werd 24 februari 1946 verkozen tot president.
In 1943 nam hij als legerofficier deel aan een militaire coup tegen de ineffectieve burgerregering van Argentinië. Hij werd benoemd tot minister van Arbeid en in 1944 werd hij ook vicepresident en minister van Oorlog.
In oktober 1945 werd Perón door een coup uit zijn functies gezet en gevangengezet, maar dankzij oproepen van arbeiders en zijn charismatische maîtresse, Eva Duarte, werd hij al snel vrijgelaten.
In de nacht van zijn vrijlating, 17 oktober, sprak hij een menigte van zo’n 300.000 mensen toe. Vier dagen later trouwde Perón, inmiddels weduwnaar, met Eva Duarte, of “Evita”. In 1952 overleed “Evita”, en verdween de steun voor hem. Drie jaar later werd hij afgezet door een militaire coup. In 1973, na achttien jaar ballingschap, keerde hij terug naar Argentinië en werd hij opnieuw president.
Zijn derde vrouw, Isabel de Martínez Perón, werd verkozen tot vicepresident en volgde hem in 1974 op na zijn dood.
