Op 23 februari 1958 werd de Argentijnse vijfvoudig Formule 1-kampioen Juan Manuel Fangio in Cuba ontvoerd door een groep rebellen van Fidel Castro.
Fangio werd de dag voor de Grand Prix van Cuba, een evenement bedoeld om het eiland in de schijnwerpers te zetten, uit zijn hotel in Havana gehaald. Hij werd enkele uren na de race ongedeerd vrijgelaten.
De ontvoering was bedoeld om de Cubaanse president Fulgencio Batista, wiens regering Castro op 1 januari 1959 zou omverwerpen, internationaal in verlegenheid te brengen.
Naast de ontvoering van Fangio werd de Grand Prix van Cuba ook ontsierd door een tragedie toen een Cubaanse coureur, Armando Garcia Cifuentes, de controle over zijn auto verloor op een met olie besmeurd deel van het stratencircuit en inreed op een menigte toeschouwers. Zeven mensen kwamen om het leven en tientallen raakten gewond.
