In het land waar wetten soms sneller groeien dan inzicht, zien wij een merkwaardig fenomeen. Politici die gisteren met overtuiging hun hand opstaken voor de Wet Financiële Voorzieningen Rechterlijke Macht, ontdekken vandaag plotseling dat diezelfde wet “onbedoelde effecten” heeft. De publieke druk stijgt, de camera’s draaien, en daar verschijnt het magische woord: sorry.
Sorry blijkt hier geen erkenning van verantwoordelijkheid, maar een communicatiestrategie. Alsof berouw kan worden uitgesproken zonder dat het gedrag verandert. Alsof de staatskas een emotie is die vanzelf herstelt wanneer een politicus de juiste toon aanslaat.
Berouw wist meer uit dan spijt zonder actie. Actief berouw vereist gedragsverandering; louter emotionele spijt corrigeert geen fouten. Toch lijkt in de politieke praktijk het tegenovergestelde te gelden. Men distantieert zich van een wet die men zelf ondersteunde, maar verbindt er geen enkele persoonlijke consequentie aan. Geen salaris inleveren. Geen vrijwillige terugtreding uit commissies. Geen voorstel tot terugbetaling van schade. Het leven gaat door. De dienstauto rijdt. De toelage loopt.
Als deze wet het volk geld kost, dan vereist rechtvaardigheid meer dan woorden. Een passende vorm van boetedoening zou zijn dat betrokken politici vrijwillig afstand doen van een deel van hun parlementaire vergoeding gedurende de periode waarin de fout financieel doorwerkt. Of dat zij een initiatiefwet indienen die niet alleen corrigeert, maar ook transparant rekenschap aflegt van de besluitvorming. Nog sterker: publieke verantwoording in open debat, zonder partijdiscipline als schild.
Het volk heeft niets aan sorry. Het volk heeft baat bij correctie, compensatie en consequenties. Zonder prijskaartje blijft sorry slechts een goedkoop product in een dure democratie.
