In Suriname bestaat een merkwaardig economisch experiment dat al decennia loopt. Meer dan honderd staatsbedrijven en staatsstichtingen functioneren alsof faillissement geen eindstation is maar een bestuursmodel. Op papier zijn ze van het volk. In de praktijk zijn ze van niemand. En wat van niemand is, vraagt geen zorg, geen discipline en vooral geen verantwoordelijkheid.
Volgens een fictieve maar pijnlijk herkenbare expert ligt hier de kern van het probleem. Wanneer verlies geen persoonlijke consequentie heeft, wordt falen een routine. Directies weten dat slecht beleid zelden leidt tot ontslag, laat staan aansprakelijkheid. Het bedrijf is immers niet van hen. De rekening wordt automatisch doorgeschoven naar de belastingbetaler, die geen aandeelhoudersvergadering mag bijwonen maar wel altijd mag betalen.
Daarbovenop komt de structurele benoeming van onbekwame bestuurders. Mensen zonder ervaring in grote particuliere ondernemingen, zonder bewezen staat van dienst als ondernemer, krijgen de leiding over bedrijven met activa ter waarde van miljoenen. Gronden op toplocaties, strategische infrastructuur en monopolies worden beheerd alsof het een studentenproject betreft. Er wordt geëxperimenteerd, niet geïnvesteerd.
De expert concludeert droog dat dit geen toeval is maar systeemlogica. In een omgeving waar bezit collectief maar verantwoordelijkheid abstract is, wordt management een spel zonder verlies. Alleen het volk verliest. Altijd.
