Loon en prijsbeleid 2026 – Deel 1

ā€œMet de publicatie van het exorbitante salaris van een onderdirecteur van de Energiebedrijven Suriname door Starnieuws op 18 juli 2024 is een stroom van verontwaardiging losgebarsten. Daarenboven komt ook nog de bewering van de minister van FinanciĆ«n dat de Energiebedrijven Suriname nog steeds niet financieel op eigen benen staat en steun behoeft en verkrijgt vanuit de staatskas.ā€ Aldus staat in een artikel getiteld ā€œLoon en prijsbeleidā€ gepubliceerd in Dagblad Suriname (https://www.dbsuriname.com/2024/07/20/loon-en-prijsbeleid/).

Dit alles is een logisch gevolg van het feit dat ons land dermate waardeloos bestuurd is geworden dat het de status heeft gekregen van een echt derdewereldland welke hard op weg is naar het niveau van HaĆÆti en Timboektoe. 

Door het presidentieel bestuurssysteem heeft de president zoveel macht dat hij functioneert als een absolute heerser. Echter, macht zonder verstand leidt eerder tot afbraak en niet tot opbouw. En dat proces van afbraak gaat gestaag verder.

Het niveau van het leiderschap bepaalt of een land vooruitgaat of niet. En daarmee zijn we beland bij de kern van het ontwikkelingsprobleem van Suriname. 

Ons leiderschap ontbeert niveau.

Als wij als samenleving beschaving nastreven en verheffing van land en volk voorstaan dan zijn we niet gebaat bij een presidentieel regeersysteem die aan een persoon ongecontroleerde macht geeft. Sinds het jaar 2000 heeft Suriname circa 60 miljard Amerikaanse dollars verdiend. Maar het land is in alle opzichten dieper in het dal terechtgekomen.

Dat is te wijten aan het feit dat het leiderschap niet in staat is geweest uiting te geven aan een gezonde en adequate sociaal economische inrichting van de maatschappij. 

Naast het ontbreken van een beleid naar de reƫle economie toe is voelbaar het ontbreken van een beleid welke richting geeft aan de sociale inrichting van de maatschappij. Een inkomensbeleid is essentieel bij de sociale inrichting van de maatschappij.

Het ontbreken van een inkomensbeleid, een loon- en prijsbeleid, heeft geleid tot de excessen bij de beloning van management bij parastatale bedrijven zoals staatsolie en de energiebedrijven Suriname. 

Ik heb in mijn periode als minister van Handel en Industrie tijdens de regering Venetiaan, een nota opgesteld voor de Raad van Ministers ter zake een te formuleren loon en prijsbeleid. Die nota is niet behandeld in de Raad van Ministers. Het belang ervan werd klaarblijkelijk niet ingezien en ik vermoed dat de inhoud technisch economisch moeilijk verteerbaar is geweest. Dat krijg je als voorname leden van de regering een ontwikkelingsgebrek hebben. Dan gaat een land niet vooruit, er is geen ontwikkeling, de armoede neemt toe, kortom Suriname gaat onherroepelijk richting HaĆÆti en Timboektoe.

Inkomensongelijkheid

Als wordt gesproken over toenemende inkomensongelijkheid, dan gaat het in de eerste plaats om groeiende beloningsverschillen. De kloof tussen topverdieners en minimumloners wordt steeds groter. In de jaren ā€˜70 en ā€˜80 was de verhouding tussen de salarissen van de top tot die van de minimumloners 11 tot 1. Nu is dat meer dan 100 tot 1. De top maakt zich schuldig aan graaien in de pot van de samenleving. Het resultaat is graaiflatie.

De top van Staatsolie kent winstdeling en bonussen oplopend tot 1 miljoen USD. Op basis waarvan?? Is het personeel intelligenter, werken ze veel harder dan anderen. Is hun bijdrage aan de winst gemeten. 

De intellectuele capaciteit van de politieke top is beschamend laag. Men heeft geen kaas gegeten van functieclassificatie en functieomschrijvingen, nog minder van meting van de productiviteit. Wereldwijd zijn de prijzen harder gestegen (NOS Nieuws) dan de lonen. 

De huidige verontwaardiging over de inkomens van de ambtelijke top en de VP, PG en de PRES, heeft alles te maken met het ontbreken van een inkomensbeleid. 

Richard B Kalloe

error: Kopiƫren mag niet!