DE GEVAARLIJKSTE MACHT IS GEEN WAPEN, MAAR EEN IDEE

Wanneer wij spreken over de gevaarlijkste persoon in de geschiedenis, denken velen aan een generaal, een dictator of een revolutionair met een leger achter zich. Maar de werkelijk gevaarlijke figuur draagt niet altijd een wapen. De gevaarlijkste geest bouwt een systeem waarin miljoenen mensen vrijwillig geloven. Hij verandert geen grenzen op kaarten, maar de manier waarop mensen denken. En wie het denken beheerst, beheerst uiteindelijk de wereld.

Het is daarom noodzakelijk om met nuchterheid te kijken naar de meest invloedrijke naam uit de geschiedenis: Jezus van Nazaret. Miljarden mensen hebben zich door de eeuwen heen op hem beroepen. Voor velen is hij niet slechts een leraar of profeet, maar God zelf in menselijke vorm. Die overtuiging heeft beschavingen gevormd, wetten beïnvloed en oorlogen gelegitimeerd. De vraag is niet of hij invloedrijk was. De vraag is waarom.

Historisch gezien weten wij opmerkelijk weinig met zekerheid. De meeste onderzoekers zijn het eens over enkele kernpunten: hij leefde in de eerste eeuw in Galilea, werd beïnvloed door Johannes de Doper, werd door Rome gekruisigd en liet een beweging na die na zijn dood werd voortgezet. Alles daarbuiten is interpretatie, theologie of latere redactie. De evangeliën zijn geen neutrale biografieën maar geloofsgetuigenissen, geschreven decennia na zijn dood door auteurs met een religieuze agenda.

De cruciale ontwikkeling vond plaats ná zijn leven. De oorspronkelijke beweging rond Jezus was een joodse hervormingsbeweging. Pas later, vooral door Paulus, werd zijn boodschap omgevormd tot een universele geloofsreligie waarin niet daden, maar geloof in zijn goddelijke status centraal stond. Dat onderscheid is fundamenteel. Een ethische leer kan mensen oproepen tot innerlijke verandering. Een geloofssysteem kan mensen binden aan een instituut.

Toen het Romeinse Rijk het christendom in de vierde eeuw omarmde onder keizer Constantijn, veranderde de aard van de beweging definitief. Wat begon als een boodschap van innerlijke omkering werd staatsreligie. Tijdens het Concilie van Nicea werd vastgelegd welke teksten canoniek waren en welke niet. Alternatieve geschriften, zoals het Evangelie van Thomas dat in 1945 bij Nag Hammadi werd ontdekt, verdwenen eeuwenlang uit het zicht. Religie werd systeem. Systeem werd macht.

Hierin schuilt de ware gevaarlijkheid van ideeën. Niet omdat zij per definitie kwaad zijn, maar omdat zij absolute loyaliteit kunnen eisen. Een geloof dat stelt dat redding afhankelijk is van overtuiging in één specifieke figuur, creëert een exclusieve structuur. Wie gelooft, behoort. Wie niet gelooft, valt erbuiten. Dat mechanisme heeft missionering gestimuleerd, maar ook vervolging gelegitimeerd.

Het christendom is niet uniek in dit opzicht. Elke ideologie die zichzelf als enige waarheid presenteert, draagt hetzelfde risico. Of het nu religieus, politiek of economisch is, het patroon is identiek: een narratief wordt heilig verklaard, twijfel wordt gezien als bedreiging en instituties beschermen hun interpretatie met macht.

De historische Jezus, voor zover wij hem kunnen reconstrueren, predikte waarschijnlijk geen institutionele gehoorzaamheid maar een radicaal ethisch ideaal: innerlijke zuiverheid, vergeving, afstand van materiële obsessie. In de Bergrede lezen wij uitspraken als: “Zalig de vredestichters” en “Gij kunt niet God dienen én de mammon.” Dat zijn morele richtlijnen, geen institutionele bouwstenen.

De paradox is dat juist de boodschap die macht relativeert, later werd ingezet om macht te consolideren. Dit is geen aanval op geloof, maar een analyse van macht. Ideeën die mensen richting geven, kunnen bevrijden. Ideeën die zich verharden tot onbetwijfelbare dogma’s, kunnen beheersen.

De gevaarlijkste persoon in de geschiedenis is daarom niet degene met het zwaard, maar degene wiens naam door systemen wordt gebruikt om loyaliteit af te dwingen. De echte vraag is niet of Jezus gevaarlijk was. De vraag is hoe zijn naam is ingezet.

Als wij willen begrijpen hoe vergelijkbare krachten vandaag opnieuw kunnen opkomen, moeten wij alert blijven op dezelfde mechanismen: absolute waarheidsclaims, institutionele centralisatie en het ontmoedigen van kritische vragen. Ideeën stijgen zelden met geweld. Zij stijgen stil, legaal en met populaire steun.

De geschiedenis leert dat macht zich het veiligst voelt wanneer zij wordt verpakt als heiligheid. Dat is geen theologische uitspraak, maar een politieke observatie. En wie macht wil begrijpen, moet beginnen bij het idee dat haar legitimeert.

Prof Jiang Xueqin

error: Kopiëren mag niet!