Het Hof van Justitie belast met het Hoger Beroep van politieke ambtsdragers heeft maandag uitspraak gedaan in de vordering tot schadevergoeding die de advocaten Irvin Kanhai en Chandra Algoe hadden ingediend in de zaak Ashwin Adhin.
De schadevergoeding was gebaseerd op het feit dat ex-vicepresident Ashwin Adhin in de periode van 16 november 2020 tot en met 24 november 2020 onrechtmatig van zijn vrijheid was beroofd. De toen waarnemend procureur-generaal Garcia Paragsingh had de aanhouding van Adhin gelast zonder dat zij hiervoor toestemming van de Nationale Assemblee had verkregen, zoals de Wet Strafbaarstelling Politieke Ambtsdragers dat voorschrijft.
In de strafzaak in eerste aanleg werd Adhin integraal vrijgesproken en ging de procureur-generaal in hoger beroep. Ook in hoger beroep haalde de procureur-generaal bakzeil en werd het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaard in haar vervolging. Het Hof in Hoger Beroep overwoog dat het Openbaar Ministerie het verbod van willekeur heeft geschonden en daarmede ook het beginsel van redelijke en billijke belangenafweging en Adhin hierdoor ernstig is benadeeld.
De advocaten voerden in hun verzoekschrift aan dat deze strafvervolging, die een langslepend en criminaliserend proces was, enorme materiële en immateriële schade heeft veroorzaakt bij Adhin. Ook haalde deze zaak vanwege het high profile van Adhin telkens alle media en werd alszo de materiële en immateriële schade telkens benadrukt en vergroot en heeft Adhin gedurende het volledig proces, dat 4 jaren, 2 maanden en 19 dagen heeft geduurd, aanhoudend imagoschade geleden.
Door de advocaten werd een materiële schadevergoeding ingediend voor de onrechtmatige aanhouding die getaxeerd werd op SRD 1.000.000 per dag, hetgeen neerkomt op 9 x 1.000.000 = SRD 9.000.000 (negen miljoen Surinaamse dollar). Daarnaast is de IPhone 12 van Adhin nooit meer teruggegeven aan hem door het Openbaar Ministerie. De advocaten eisten ook een immateriële schadevergoeding van SRD 10.000.000 (tien miljoen Surinaamse dollar). Aan advocaatkosten en proceskosten werd een schadevergoeding van SRD 357.020 gevorderd.
Het Hof van Justitie oordeelde dat op gronden van billijkheid de schade per dag voor de onrechtmatige insluiting werd vastgesteld op SRD 4.000 per dag en dat Adhin daarvoor in totaal SRD 36.000 zal worden toegewezen. Het Openbaar Ministerie werd ook veroordeeld tot vergoeding van de IPhone 12 van Adhin en werd dit bedrag vastgesteld op SRD 10.000.
De advocaatkosten en proceskosten, groot SRD 357.000, werden volledig toegekend.
De vordering tot immateriële schadevergoeding werd afgewezen. Het Hof stelde dat hierbij meer onderzoek vereist is en dat de civiele rechter hiervoor geadieërd moet worden.
Het totaal bedrag van de schadevergoeding komt neer op SRD 403.000 (vierhonderd en drieduizend Surinaamse dollar), hetgeen een recordbedrag is.
Advocaat Algoe gaf de redactie van Dagblad Suriname te kennen, dat het bevelschrift later op de dag ter beschikking zal worden gesteld van de verdediging. Met haar cliënt Adhin zal zij nog overleggen omtrent een civiele vordering betreffende de immateriële schadevergoeding.
