De uitspraak deze week tijdens een openbare vergadering in de Assemblee van minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid, dat de Aedes aegypti muskiet resistent is geworden tegen malathion is wetenschappelijk plausibel.
Deze muskiet is de belangrijkste overbrenger van dengue, chikungunya en zika. Wereldwijd is aangetoond dat populaties van deze soort resistentie kunnen ontwikkelen tegen insecticiden wanneer deze langdurig en herhaaldelijk worden ingezet. Resistentie ontstaat via genetische aanpassingen waardoor het zenuwstelsel van de muskiet minder gevoelig wordt voor de werkzame stof.
Malathion is een organofosfaat insecticide dat het zenuwstelsel van insecten aantast door remming van acetylcholinesterase. Het wordt gebruikt in de landbouw en in de publieke gezondheidszorg, vooral bij ruimtelijke bespuiting tegen volwassen muskieten tijdens uitbraken. Het middel is niet bedoeld als structurele oplossing, maar als noodmaatregel bij verhoogde viruscirculatie.
De Pan American Health Organization, PAHO, erkent malathion als een toegelaten insecticide binnen geïntegreerde vectorbestrijding, mits correct gedoseerd en toegepast volgens veiligheidsrichtlijnen. Goedkeuring betekent echter niet dat resistentie uitgesloten is. Integendeel, internationale richtlijnen benadrukken rotatie van middelen en voortdurende monitoring van gevoeligheid.
Indien lokale testen aantonen dat resistentie is opgetreden, verliest malathion effectiviteit en kan voortgezet gebruik contraproductief zijn. In dat geval is aanpassing van het bestrijdingsbeleid noodzakelijk.
De kernvraag is daarom niet of resistentie mogelijk is, maar of er recent laboratoriumonderzoek in Suriname is uitgevoerd dat deze stelling objectief bevestigt. Zonder die gegevens blijft de uitspraak aannemelijk, maar verificatie vereist transparante entomologische data.
