Suriname kampt al jaren met een tekort aan artsen, terwijl de zorgvraag toeneemt door bevolkingsgroei en vergrijzing. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie hanteert men als minimale richtlijn ongeveer 2,3 artsen per 1000 inwoners om basiszorg adequaat te garanderen. Hoogontwikkelde landen zitten vaak boven 3 artsen per 1000 inwoners.
Uitgaande van 630.000 inwoners zou Suriname minimaal circa 1.449 artsen nodig hebben om aan de ondergrens van 2,3 per 1000 te voldoen. Zelfs als men uitgaat van een overlap tussen de ruim 200 artsen bij het SZF, meer dan 100 bij de RGD en ongeveer 150 tot 160 specialisten, blijft het totaal vermoedelijk ruim onder de 1.000 praktiserende artsen. Dat betekent een structureel tekort van naar schatting 450 tot 600 artsen.
Zelfs landen als Zuid-Korea breiden medische opleidingen uit om toekomstige tekorten op te vangen. Daar leidde het voorstel tot protesten van artsen die vrezen voor kwaliteitsverlies. Het voorbeeld toont aan dat artsentekorten geen exclusief probleem van ontwikkelingslanden zijn.
Suriname kon jarenlang rekenen op medische samenwerking met Cuba. Cubaanse artsen vulden gaten in het systeem, vooral in het binnenland. Door geopolitieke druk en Amerikaanse sancties is deze samenwerking kwetsbaar geworden. Dat vergroot de urgentie om eigen capaciteit op te bouwen.
Volgens een Surinaamse medisch deskundige ligt de oplossing in een combinatie van maatregelen: uitbreiding van opleidingsplaatsen aan het MWI (Medisch Wetenschappelijk Instituut), financiële stimulansen voor specialisaties die schaars zijn, binding van afgestudeerden via dienstplichtachtige constructies voor het binnenland, en gerichte inzet van nurse practitioners en physician assistants om de druk te verlichten. Daarnaast moet de overheid investeren in arbeidsvoorwaarden, moderne infrastructuur en digitale zorg, zodat uitwijking naar het buitenland wordt beperkt.
Zonder structurele planning zal het tekort verder oplopen. Gezondheidszorg is geen kostenpost maar een strategische investering in nationale stabiliteit en economische ontwikkeling.
