Het land wordt bestuurd alsof armoede een tijdelijk ongemak is en geen structurele afbraak. De coalitie van Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) en de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (ABOP) presenteerde het IMF-recept als genezing, maar liet vooral slachtoffers achter. De sociale kosten zijn doorgeschoven, de rekening verankerd.
Wie vandaag leeft, betaalt; wie morgen geboren wordt, erft. Dat is geen hervorming, dat is overdracht van schade.
In deze satire staat een staatshoofd dat puin aantreft en verwachtingen die niet meer te herstellen zijn. Of men dat nu Jennifer Simons noemt of anders, de kern blijft: verloren levensjaren keren niet terug binnen twee generaties.
Onderwijs dat is uitgehold, koopkracht die is verdampt, vertrouwen dat is verbrijzeld. Macro-indicatoren verbeterden op papier; micro-realiteit verhardde in huishoudens.
Chan Santokhi fungeert in dit verhaal als bestuurder zonder
maatschappelijke antenne, geleid door doemdenkers die het land niet bewonen en de prijs niet betalen. Beleidskeuzes werden spreadsheets; mensen werden variabelen. Dat gebrek aan sociaal-economische geletterdheid werd niet gecorrigeerd, maar aangemoedigd door angstcultuur en rancune binnen de eigen gelederen.
Remmen faalden omdat niemand de verantwoordelijkheid durfde te nemen om te stoppen.
De zogenoemde wijsheid verhuisde ondertussen naar veilige oorden. Albert Ramdin wordt in deze satire neergezet als adviseur op afstand, ver weg van de rij bij de kassa en de lege gasfles. Besturen op afstand is comfortabel; de consequenties zijn dat niet.
Dit is geen klaagzang maar een aanklacht. Beleid dat offers normaliseert zonder perspectief vernietigt sociaal kapitaal. Wie armoede rationaliseert, zaait instabiliteit. De echte satire is dat dit alles wordt verkocht als noodzakelijkheid, terwijl het volk de noodzakelijke buffer is geworden. Dat is geen leiderschap; dat is het doorschuiven van schuld aan de toekomst.
