In Suriname loopt altijd een timer. Niemand ziet hem, maar iedereen voelt hem tikken. Elke president drukt bij aantreden op dezelfde knop en zegt: “Geef ons geduld.” Het volk kent het geluid inmiddels. Het is het aftellen naar beter tijden die steeds worden uitgesteld.
De huidige president vraagt om rust, begrip en tijd. Precies zoals Santokhi dat ook deed. Andere woorden, dezelfde klok.
Wanneer prijzen stijgen en voorzieningen haperen, wordt de timer opnieuw ingesteld. Nog zes maanden. Nog een jaar. Nog even volhouden. Geduld wordt gepresenteerd als nationale plicht, bijna als patriottisme. Wie ongeduldig is, werkt tegen herstel. Wie vragen stelt, begrijpt de fase niet.
Intussen tikt de crisis door in de portemonnee van gezinnen. De tijd verstrijkt, maar het leven wordt niet lichter. Alleen de uitleg verandert.
De crisis-timer is nooit kapot. Hij wordt alleen steeds gereset. En het volk? Dat wacht. Want in Suriname is geduld geen keuze meer, maar beleid.
