Corruptie als vaste last op de staatsbegroting

De Corruption Perceptions Index 2025 van Transparency International is opnieuw verschenen en Suriname staat weer waar het al jaren staat: niet aan de rand van de afgrond, maar comfortabel halverwege de middelmaat. Met een score van 38 op 100 en een positie rond plaats 96 van 182 landen is corruptie hier geen schandaal meer, maar een bekende kostenpost. Niet iets wat je wilt, maar wel iets waar je in de begroting rekening mee houdt. Net als lekkage, inefficiëntie en onverwachte meerkosten bij elk overheidsproject.

Wie de CPI ziet als een morele ranglijst, mist het punt. Het is geen rapport over goede en slechte mensen, maar over hoe duur een land zichzelf bestuurt. Corruptie verhoogt transactiekosten, verlengt procedures, vervormt besluitvorming en jaagt investeerders weg die geen zin hebben om eerst het informele tarievenschema te leren kennen. In dat licht is een score van 38 geen schande, maar een prijslijst. Dit is wat het kost om zaken te doen in een systeem waar regels onderhandelbaar zijn en handhaving selectief.

Een criminoloog, gespecialiseerd in witteboordencriminaliteit en institutioneel falen, verwoordde het droog. Volgens hem is corruptie in Suriname niet primair een misdaadprobleem, maar een organisatiemodel. Wie verwacht dat corruptie verdwijnt door strengere wetten, vergist zich. De wetten zijn er al. Het probleem is dat ze functioneren als decor. Ze staan netjes opgesteld, maar niemand verwacht dat ze daadwerkelijk het toneel betreden. In zo’n systeem is corrupt gedrag rationeel, omdat de pakkans laag is en de sociale sanctie vrijwel nihil.

Satire ontstaat vanzelf wanneer de reactie op de CPI voorspelbaar is. Er komt een persbericht waarin de score wordt betreurd, gevolgd door de mededeling dat hervormingen onderweg zijn. Daarna volgt stilte tot het volgende rapport. Elk jaar opnieuw. De criminoloog noemde dit bestuurlijke Groundhog Day. De cijfers veranderen minimaal, de verklaringen blijven identiek en de uitkomst is altijd dat het probleem complex is, historisch gegroeid en niet van vandaag op morgen op te lossen. Dat laatste klopt, maar wordt vooral gebruikt als excuus om vandaag niets te doen.

Vergelijkingen met landen als Denemarken, Finland of Singapore worden vaak weggewuifd als irrelevant. Andere cultuur, andere schaal, andere geschiedenis. Maar dat is een comfortabele misvatting. Het verschil zit niet in morele verhevenheid, maar in institutionele discipline. In die landen is corruptie duur voor de dader, niet voor de samenleving. 

Procedures zijn voorspelbaar, toezicht is saai maar effectief en politieke macht is minder persoonlijk en daardoor minder verhandelbaar. Dat is geen cultuur, dat is ontwerp.

Suriname heeft het omgekeerde ontwerp. Macht is geconcentreerd, controles zijn versnipperd en verantwoordelijkheden diffuus. Dat creëert ruimte. Niet per se voor grote corruptieschandalen, maar voor duizenden kleine afwijkingen die samen een parallelle economie vormen. De criminoloog omschreef het als een tweede begroting zonder parlementaire goedkeuring. Publieke middelen verdwijnen niet in één klap, maar sijpelen weg via gunsten, uitzonderingen en informele afspraken. Niemand noemt het diefstal, want iedereen herkent het patroon.

De echte satire zit in het woord incident. Bij elke onthulling wordt benadrukt dat het om een geïsoleerd geval gaat. Maar wanneer incidenten zich jaar na jaar herhalen binnen dezelfde structuren, zijn ze geen incidenten meer. Ze zijn systeemkenmerken. De CPI meet precies dat. Niet hoeveel corruptie er is, maar hoe normaal het wordt gevonden. Een lage score betekent niet dat iedereen corrupt is, maar dat niemand verbaasd is wanneer het gebeurt.

Voor burgers vertaalt dit zich in frustratie en cynisme. Men weet dat middelen schaars zijn, maar ziet tegelijk hoe projecten duurder worden zonder beter te worden. Voor ondernemers betekent het onzekerheid en extra kosten die niet op facturen staan. Voor de staat betekent het een chronisch tekort aan vertrouwen. En vertrouwen is, hoe abstract het ook klinkt, een economische productiefactor. Zonder vertrouwen stijgt de rente, dalen investeringen en groeit de informele sector.

De criminoloog wees erop dat corruptiebestrijding vaak wordt gepresenteerd als een morele kruistocht, terwijl het in werkelijkheid een managementvraagstuk is. Wie processen vereenvoudigt, bevoegdheden scheidt en toezicht automatiseert, reduceert corruptie zonder één morele toespraak te houden. Maar dat vereist politieke zelfbeperking. 

En precies daar wringt het. Hervormingen die echt werken, verminderen discretionaire macht. Ze maken bestuur minder flexibel, minder persoonlijk en minder lucratief.

Daarom blijft Suriname hangen rond dezelfde CPI-score. Niet omdat verbetering onmogelijk is, maar omdat de kosten van integriteit zichtbaar zijn voor machthebbers, terwijl de kosten van corruptie diffuus worden afgewenteld op de samenleving. 

Zolang corruptie functioneert als een verborgen belasting die niemand expliciet int, maar iedereen betaalt, blijft zij bestaan.

De CPI 2025 vertelt dus geen nieuw verhaal. Hij bevestigt wat al jaren bekend is. Corruptie is hier geen afwijking van het systeem, maar onderdeel ervan. Wie dat wil veranderen, moet stoppen met doen alsof het om incidenten gaat en erkennen dat integriteit geen deugd is, maar infrastructuur. 

Zolang die infrastructuur ontbreekt, blijft corruptie de meest stabiele kostenpost op de Surinaamse staatsbegroting.

error: Kopiëren mag niet!