25 februari als einddatum van een tijdperk

De verklaring van president Jennifer Simons dat 25 februari geen nationale vrije dag wordt, is meer dan een kalenderbesluit. Het is een politieke breuklijn. 

De datum droeg ooit de namen Dag der Revolutie en later Dag van Bevrijding en Vernieuwing, administratief gelijkgesteld aan een zondag, maar nooit verankerd in de huidige wetgeving. Door die status nu niet te herstellen, wordt een symbolisch dossier gesloten dat vooral nog leefde bij wat rest van het Bouterse-kamp.

De Commissie Desi Bouterse vroeg om rehabilitatie van de dag; de president antwoordde met bestuurlijke nuchterheid. Daarmee wordt de herinnering niet verboden, maar wel ontdaan van staatsrechtelijke betekenis. Satirisch bezien is dit het moment waarop een revolutie wordt teruggebracht tot een voetnoot in de agenda: geen vlaggen, geen toespraken, slechts een werkdag.

De politieke erfenis van Desi Bouterse wordt daarmee verder gereduceerd. Zijn weduwe, als Assembleelid gekozen, heeft tot dusver nauwelijks politiek gewicht opgebouwd buiten haar symbolische rol. De Kamer meet prestaties, geen namen. Dat mechanisme is onverbiddelijk en werkt hier als stille correctie op dynastieke verwachtingen.

Ook de deur voor een terugkeer van Dino Bouterse valt dicht. Dino Bouterse zit in de Verenigde Staten een gevangenisstraf uit na een veroordeling wegens samenzwering tot grootschalige cocaïnehandel richting de VS, inclusief afspraken over gewapende bescherming. Dat is geen randzaak maar een definitieve politieke diskwalificatie binnen elke rechtsstatelijke orde.

“Jenny kiest haar eigen weg” is daarom geen slogan maar een beleidslijn. De satire zit in de eenvoud: een werkdag kan meer zeggen dan duizend manifesten. Door niets te vieren, wordt een tijdperk afgesloten. De staat kiest continuïteit boven nostalgie en maakt duidelijk dat legitimiteit niet erfelijk is, maar telkens opnieuw wordt verdiend.

error: Kopiëren mag niet!