Werken zonder uitweg  in Suriname

In Suriname is hard werken geen garantie meer voor vooruitgang. Integendeel, het lijkt steeds vaker een langdurige bezigheidstherapie zonder eindresultaat. Gezinnen werken, betalen, besparen, schrappen en herhalen dat proces maandelijks, terwijl hun levensstandaard hardnekkig op dezelfde plek blijft steken. Economische groei bestaat hier vooral op papier en in beleidsnota’s, niet in de keukens van werkende huishoudens.

Een doorsnee gezin met twee werkende ouders en twee kinderen ziet het inkomen volledig verdwijnen aan huur, stroom, water, vervoer en zorg. Wat overblijft is onvoldoende om te sparen, te investeren of zelfs onverwachte uitgaven op te vangen. “Dit is geen armoede door werkloosheid, maar armoede ondanks werk”, stelt econoom R. Abid. 

Volgens hem besteden lage inkomensgroepen een disproportioneel groot deel van hun inkomen aan vaste lasten, waardoor elke loonstijging direct wordt opgeslokt door prijsstijgingen.

De satire zit in de belofte. Beleidsmakers spreken over groei, hervormingen en toekomstperspectief, terwijl gezinnen leren dat geduld een levenslange vaardigheid is. 

Wie vandaag begint met werken, mag theoretisch hopen dat zijn koopkracht over een eeuw verdubbelt, mits hij die tijd haalt. In eerdere decennia was dat geen generatieproject, maar een realistisch levensdoel.

Neem het voorbeeld van een verpleegkundige en een buschauffeur. Beiden werken fulltime, dragen belasting af en krijgen jaarlijks te horen dat het economisch “beter gaat”. Toch wonen zij nog steeds in een huurwoning, zonder uitzicht op eigendom. Sparen voor studie van de kinderen is een luxe, pensioen een abstract begrip. “We groeien mee met de statistiek, niet met het leven”,  merkt Abid droog op.

Zolang beleid inzet op groei zonder gerichte herverdeling, blijft arbeid een cirkel zonder uitgang. Het resultaat is voorspelbaar: sociale mobiliteit stagneert, ongelijkheid verdiept zich en werken wordt een morele plicht zonder economisch rendement.

error: Kopiëren mag niet!