De zoveelste loonstrook van een Assembleelid is uitgelekt en het land reageert alsof het om een natuurramp gaat. SRD 95.000 netto per maand. Het bedrag schreeuwt, de reacties echoën, en de morele paniek is voorspelbaar. Wat ontbreekt is geheugen. Wat ontbreekt is verantwoordelijkheid. Wat ontbreekt is de bereidheid om consequent te zijn wanneer de verontwaardiging zichzelf ongemakkelijk dichtbij komt.
Dit salaris is geen administratieve fout en geen roof in de nacht. Het is het directe gevolg van wetgeving die ordentelijk tot stand is gekomen, aangenomen door een parlement en bekrachtigd door een president. Dezelfde instituties die nu doen alsof zij verrast zijn door de uitkomst van hun eigen handelen. De wet heette destijds noodzakelijk, marktconform, professionaliserend. Nu heet zij wrang. Het verschil is niet inhoudelijk maar optisch. De wet werd pas een probleem toen zij zichtbaar werd.
Het irritante aan dit debat is niet het bedrag op zich, maar het collectieve toneelstuk eromheen. Politici die het woord “herzien” uitspreken alsof het een morele daad is, terwijl zij exact weten dat herziening alleen plaatsvindt wanneer de politieke kosten laag zijn. Burgers die “schande” roepen, maar de chronologie negeren: de wet was er, de stem was uitgebracht, de mandaten waren verleend. Verontwaardiging achteraf is geen toezicht; het is zelfbedrog.
Er wordt graag gewezen op de vermeende beroepswaarde van DNA-leden. Het argument dat veel volksvertegenwoordigers in hun reguliere loopbaan geen bedragen van deze orde verdienen, is valide. Maar het is ook selectief. Wie dat criterium serieus neemt, moet consequent zijn en het hele beloningsstelsel herzien, inclusief toelagen, faciliteiten, vergoedingen en onkostenposten die structureel boven de maatschappelijke realiteit uitstijgen. Dat debat wordt vermeden, omdat het niet gaat over redelijkheid maar over behoud.
Het probleem is structureel en begint bij De Nationale Assemblée zelf. Niet omdat er wetten worden aangenomen, maar omdat er geen ingebouwd mechanisme bestaat dat belangenverstrengeling effectief neutraliseert. Wie zijn eigen salaris vaststelt, kan moeilijk geloofwaardig pleiten voor soberheid. Dat is geen morele beschuldiging maar een institutionele vaststelling. In elk systeem waar zelfbeloning mogelijk is, zal zelfrechtvaardiging volgen.
Daar komt de hypocrisie bij van de politieke communicatie. Dezelfde actoren die tijdens verkiezingen spreken over koopkracht, armoede en solidariteit, verdedigen na installatie een beloningspakket dat geen enkele relatie heeft met de economische realiteit van de gemiddelde burger. Het argument dat “verantwoordelijkheid” nu eenmaal goed betaald moet worden, verliest zijn kracht wanneer verantwoordelijkheid niet meetbaar wordt afgedwongen. Verantwoordelijkheid zonder consequenties is een slogan.
Het publiek debat lijdt bovendien aan een gevaarlijke versimpeling. De loonstrook wordt het object van woede, niet de keuze erachter. Alsof het probleem opgelost is wanneer het bedrag daalt. Dat is onjuist. De kernvraag is waarom een parlement zichzelf buiten de maatschappelijke norm plaatst en waarom kiezers dat accepteren zolang het abstract blijft. Zolang die vraag niet centraal staat, blijft elke aanpassing cosmetisch.
Voorbeelden genoeg. In eerdere termijnen werden vergelijkbare regelingen aangenomen zonder noemenswaardige weerstand. Toen waren de economische omstandigheden niet beter, maar de transparantie was lager en de aandacht versnipperd. Nu sociale media elk document in seconden verspreiden, wordt zichtbaar wat altijd al bestond.
Transparantie is geen oorzaak van het probleem; zij is het vergrootglas dat het probleem onthult.
De ergernis zit ook in de timing. De koopkracht staat onder druk, basisvoorzieningen zijn duurder geworden, en publieke diensten leveren geen proportionele kwaliteit. In zo’n context werkt een netto salaris van SRD 95.000 niet alleen als een economisch feit, maar als een symbolische breuk. Het zegt: de risico’s zijn collectief, de beloningen selectief. Dat signaal ondermijnt vertrouwen sneller dan welk beleidsfalen ook.
Dan is er nog de rol van de kiezer. Het is ongemakkelijk maar noodzakelijk om te erkennen dat mandaat zonder voorwaarden precies dit resultaat oplevert. Verkiezingen zonder inhoudelijke toetsing van beloningsstructuren zijn blanco cheques. Achteraf klagen is begrijpelijk, maar het corrigeert niets. Democratie functioneert niet op verontwaardiging, maar op geĂŻnformeerde keuzes en voortdurende controle. Hoop is geen institutioneel instrument.
Wie werkelijk hervorming wil, moet beginnen waar het pijn doet. Een onafhankelijke beloningscommissie met bindende bevoegdheden. Volledige transparantie over alle inkomenscomponenten. Een automatische koppeling aan objectieve macro-economische indicatoren. En vooral een politieke cultuur die accepteert dat volksvertegenwoordiging geen elitepositie is maar een tijdelijke publieke opdracht. Zonder die elementen blijft elke discussie theater.
Het morele gekibbel rond de loonstrook is daarom niet alleen irritant, maar misleidend. Het suggereert daadkracht waar vooral uitstel zit. Het suggereert verontwaardiging waar vooral geheugenverlies heerst. En het suggereert dat het probleem nieuw is, terwijl het al jaren keurig wettelijk is vastgelegd. Zolang men dat niet durft te erkennen, blijft de loonstrook circuleren, blijft het debat eindeloos, en blijft het geld collectief heten zolang het persoonlijk binnenkomt.
