In beslagzaken rond grote geldstromen blijkt niet het vonnis, maar de duur van onzekerheid vaak het zwaarste instrument. De Surinaamse geldzending past in een breder Europees patroon van hardnekkig beslag.
De uitspraak van de Hoge Raad bevestigt een lijn die in Nederland al langer zichtbaar is: bij verdenking van witwassen krijgt het veiligstellen van mogelijk crimineel vermogen prioriteit boven snelle rechtszekerheid voor rechthebbenden.Â

Volgens financieel strafrechtdeskundigen is beslag steeds vaker een strategisch drukmiddel. Niet om te straffen, maar om risico’s voor het financiële stelsel te beheersen zolang de herkomst van geld niet overtuigend is verklaard.
Vergelijkbare zaken deden zich eerder voor. In Nederland is de zogeheten Schiphol cash-courierjurisprudentie relevant, waarbij miljoenen euro’s contant geld jarenlang onder beslag bleven omdat de herkomst onvoldoende traceerbaar was, ook zonder directe veroordeling. In meerdere van deze zaken oordeelden gerechtshoven dat verbeurdverklaring niet “hoogst onwaarschijnlijk” was, waardoor het beslag standhield. Teruggave volgde soms pas na civiele procedures of schikkingen, vaak na jaren.
Binnen de Europese Unie zijn parallellen te vinden in Frankrijk en Italië, waar antiwitwaswetgeving zeer strikt wordt toegepast. In Italië zijn meerdere bankgerelateerde geldstromen langdurig bevroren op basis van preventieve confiscatie, een maatregel die losstaat van een strafvonnis. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens accepteert dit, mits er rechterlijk toezicht is en de maatregel proportioneel blijft. In de praktijk betekent dit dat proportionaliteit vooral procedureel wordt getoetst, niet economisch.
Experts wijzen erop dat centrale banken en commerciële banken in zulke zaken niet automatisch bescherming genieten. Immuniteit wordt beperkt uitgelegd, zeker wanneer een instelling optreedt als facilitator in plaats van als eigenaar of beleidsuitvoerder. Dit sluit aan bij Europese antiwitwasrichtlijnen, waarin institutionele status ondergeschikt is aan feitelijk handelen.
De belangrijkste les is dat financiële instellingen hun positie niet kunnen baseren op reputatie of publiek belang alleen. Transparantie, documenteerbare herkomst en aantoonbare compliance zijn doorslaggevend. Zonder die onderbouwing kan beslag jarenlang blijven voortduren, met blijvende reputatieschade, ongeacht de uiteindelijke strafrechtelijke uitkomst.
