Wie iemand maanden opsluit zonder veroordeling, moet niet spreken over onschuldpresumptie.
In Suriname is voorlopige hechtenis een routine van het Openbaar Ministerie geworden. Dat alleen al zou alarmbellen moeten doen rinkelen. Want voorarrest is geen neutrale procesmaatregel. Het is vrijheidsbeneming zonder schuldvaststelling. In elke volwassen rechtstaat geldt dat als uiterste middel. In Suriname is het vaak het vertrekpunt.
Voorarrest is geen formaliteit
Officieel dient voorlopige hechtenis drie doelen: voorkomen van vluchtgevaar, herhaling of belemmering van het onderzoek. In de praktijk functioneert zij steeds vaker als vooruitgeschoven straf. Wie eenmaal vastzit: verliest werk en inkomen, wordt sociaal gestigmatiseerd, verliest onderhandelingspositie in het proces, en zit vaak langer vast dan de uiteindelijke straf rechtvaardigt. Vrijspraak herstelt dat niet. Schadevergoeding evenmin. Toch wordt voorarrest nog altijd lichtvaardig toegepast door het Openbaar Ministerie.
Hoe het elders werkt
In landen met sterke vervolgingssystemen zoals Engeland en Scandinavië is voorarrest een uitzondering die moet worden gerechtvaardigd, niet een reflex die moet worden verdedigd. Rechters zijn daar wantrouwig: waarom kan deze verdachte niet in vrijheid het proces afwachten? Alternatieven zoals borgtocht, meldplicht, gebiedsverbod en elektronisch toezicht zijn de norm. Voorarrest wordt pas ingezet als álles faalt. Niet andersom.
De Surinaamse praktijk
In Suriname volstaat het Openbaar Ministerie vaak met een standaardformule zoals “belang van het onderzoek”, “ernstige bezwaren”, “gewichtige redenen” en “geschokte rechtsorde” welke schriftelijk aan de onderzoeksrechter kenbaar wordt gemaakt, terwijl de advocaat doorgaans persoonlijk aanwezig is. De rechter-commissaris toetst formeel, maar baseert zich vrijwel volledig op informatie van het Openbaar Ministerie.
Tegenspraak is beperkt, tijdsdruk hoog. Het gevolg is dat voorarrest wordt verlengd, omdat het al bestaat. Niet omdat het nog noodzakelijk is. Daarmee verschuift de bewijslast ongemerkt: niet het Openbaar Ministerie moet aantonen waarom vrijlating niet kan, maar de verdachte moet aantonen waarom hij vrijheid verdient. Dat is een fundamentele omkering van het strafrechtelijk uitgangspunt.
Onschuldpresumptie als lege huls
Iedereen zegt haar te respecteren, maar niemand handelt ernaar. Wie in voorarrest zit, wordt behandeld als iemand die “waarschijnlijk schuldig” is. Media nemen dat over. De samenleving ook. De rechter volgt later. Zo wordt de onschuldpresumptie niet openlijk afgeschaft, maar praktisch uitgehold.
Het structurele probleem
Dit is geen incident, geen kwestie van individuele rechters of officieren. Het is een systeemprobleem. Voorarrest is aantrekkelijk voor een vervolgingsapparaat dat:
onder capaciteitsdruk staat, weinig alternatieven benut en nauwelijks institutionele tegenmacht ervaart. Voorarrest wordt zo een managementinstrument in plaats van een rechtsmiddel.
Een ongemakkelijke conclusie
Een Openbaar Ministerie die gemakshalve opsluit, verraadt haar eigen onzekerheid. Wie werkelijk vertrouwen heeft in bewijs, proces en rechterlijke controle, hoeft verdachten niet maanden vast te houden “voor de zekerheid”. Zolang Suriname voorlopige hechtenis behandelt als standaardmaatregel, is elke verwijzing naar onschuldpresumptie weinig meer dan retoriek. Een rechtstaat bewijst zich niet in veroordelingen, maar in haar vermogen om vrijheid te verdragen zolang schuld niet vaststaat.
Hierbij moet ook meegenomen worden dat Suriname partij is bij verdragen die deze handelwijze verbiedt. Het Surinaams Openbaar Ministerie stoort zich hier totaal niet aan en krijgt nauwelijks tegenstand van de rechters-commissarissen die de voorlopige hechtenis moeten beoordelen. Ongemotiveerde beschikkingen zijn de regel, waardoor geen enkele arrestant weet wat de reden is om hem/haar langer in voorarrest te houden.
Multan Singh
