Masterplan in de la, kip in de vriezer

Elke minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) komt met hetzelfde verhaal over de kippensector. We moeten meer zelf produceren. Dat horen boeren al jaren. Het klinkt mooi, het staat goed in toespraken, maar het brengt geen extra kip op het bord. Nu is er opnieuw sprake van een “masterplan”. Alleen weet niemand waar dat plan is. Niet de pluimveehouders, niet de slachterijen, niet de banken. Het masterplan lijkt vooral rond te vliegen in persberichten.

Een pluimvee-expert zegt het simpel: “De pijnpunten zijn al lang bekend. We praten er al tien jaar over.” Volgens hem groeit de sector niet omdat de randvoorwaarden ontbreken. Voer is duur en de prijs schommelt constant. Stroom valt uit, waterdruk is onzeker en koeling kost veel geld. Leningen zijn kort en duur, terwijl kippenbedrijven juist lange adem nodig hebben. Controle en diergezondheid zijn belangrijk, maar de kosten komen volledig bij de boer te liggen.

Daar tegenover staat de importkip. Die heeft duidelijke voordelen. Ze komt uit landen met massaproductie, goedkope mais en soja en grote slachterijen die dag en nacht draaien. De kostprijs is laag. Transport en opslag zijn strak georganiseerd. De importeur heeft geen last van lokale stroomproblemen of plots stijgende voerprijzen. Voor de supermarkt telt vooral de prijs, en voor veel consumenten ook. Goedkoop wint het vaak van lokaal.

De expert vat het hard samen: “Zolang import alles mag en lokaal alles moet, groeit de sector niet.” Er is geen duidelijke bescherming, geen slimme importbeperking, geen seizoensbeleid en geen eerlijke afspraken in de keten. Boeren produceren, maar weten niet zeker of ze hun kippen kwijt kunnen tegen een redelijke prijs.

Elke minister belooft groei, maar laat de sector worstelen met dezelfde problemen. Het masterplan blijft onzichtbaar. De importkip blijft dominant. En de lokale kip blijft het goede voornemen van de volgende minister.

error: Kopiëren mag niet!