Het plein dat verdween en de boom die te veel wist

In bijna elke woonwijk lagen ze ooit keurig ingetekend op staatskaarten: pleinen, speelvelden en groene zones voor kinderen. Ruimte om te rennen, te schreeuwen, te vallen en weer op te staan. 

Vandaag zijn veel van die pleinen spoorloos verdwenen. Niet door natuurgeweld, maar door stille verkaveling, slimme papieren en stromannen met een pen. Waar ooit een schommel stond, staat nu een hek. Waar kinderen voetbalden, prijkt een privĂ©bord: “Verboden Toegang”.

Volgens een milieuexpert die liever anoniem blijft “omdat bomen geen politieke bescherming hebben”, zijn pleinen meer dan lege lapjes grond. Ze functioneren als longen van de wijk, verlagen hitte, verbeteren luchtkwaliteit en bieden ontmoetingsruimte. “Maar blijkbaar ademen sommige belangen liever beton dan zuurstof”, merkt hij droog op. Hij wijst erop dat groene pleinen bewezen bijdragen aan sociale samenhang, minder stress en meer toezicht door bewoners zelf. “Een plein is goedkoper dan repressie, maar minder lucratief dan verkoop.”

De ironie is compleet: dezelfde politici die pleinen lieten verdwijnen, houden toespraken over leefbaarheid en jeugdbeleid. Intussen groeien kinderen op tussen muren en asfalt, terwijl volwassenen nostalgisch praten over ‘vroeger, toen we nog buiten speelden’. 

De expert stelt dat gemeenschappen zelf betrokken moeten worden bij onderhoud en beheer. Niet als gratis arbeiders voor de staat, maar als mede-eigenaren. Dat vergroot verantwoordelijkheid en verkleint de kans dat een plein ‘plots’ van bestemming verandert.

“Een plein dat van de buurt is, laat zich niet zomaar stelen”, concludeert hij. “Maar een plein zonder buurt heeft geen stem.”

error: Kopiëren mag niet!