Een blik in de wereld laat zien dat problemen nog zelden worden opgelost door middel van communicatie. Men grijpt direct naar bedreigingen en geweld. Soms proberen andere landen te bemiddelen. Dat lukt zelden omdat beide kanten vaak geheime bondgenoten zijn, met een verborgen agenda.
Elk geschil valt of staat met een goede communicatie in de zakelijke als in de privésfeer. De meeste mensen zijn tijdens een gesprek vooral bezig met praten. Ze willen hun gedachten delen, meningen geven, informatie doorspelen enz. Maar vaak praten we zoveel dat we niet eens doorhebben dat goed luisteren de rode draad is voor een goede communicatie.
Er zijn enkele items die een goed gesprek kenmerken. Tijdens een goed gesprek moet je oprecht aandacht hebben voor de ander, begrijpen wat er gezegd wordt, niet direct oordelen en de ander ruimte geven voor zijn verhaal om zo verbinding te maken en wederzijds begrip te kweken. (denk ‘ja, en…’ in plaats van ‘ja, maar…’). Trump heeft de neiging te domineren en dat kan nooit uitmonden in een goed gesprek. Geef de ander het gevoel dat hij gehoord wordt. Zo wordt de basis gelegd voor een effectieve communicatie. Niet iedereen verstaat de kunst om tegelijkertijd te luisteren, te denken en praten. De een heeft tijd nodig om hetgeen is gezegd te verwerken alvorens hij of zij daarop kan reageren en is daarom niet zo snel in zijn reactie. Dat houdt niet automatisch in dat zijn reactie, qua inhoud, minder is. Terwijl een ander de kunst verstaat om tegelijk te luisteren en snel te reageren. Dat is in zijn voordeel.
Het grootste probleem in communiceren is dat men vaak de illusie heeft dat er communicatie heeft plaatsgevonden terwijl dat niet zo is. Bij een goed gesprek draait het niet om winnen of verliezen maar om luisteren naar de sterke of zwakke argumenten. Sterke argumenten kunnen namelijk een standpunt overeind houden. Ook moet er voor gewaakt worden dat het gesprek ontaardt in een Babylonische spraakverwarring, waar elke deelnemer meer gefocust is om zelf het woord te nemen, waar ze elkaar overschreeuwen, dus waar niemand naar elkaar luistert. En als niemand luistert, kan er geen sprake zijn van een goed gesprek. Dan is het meer een gekakel van kippen in een kippenhok.
Emotioneel worden, kan een goed gesprek in de weg staan. Niet iedereen kan, jammer genoeg, zijn emoties in bedwang houden. Het komt maar al te vaak voor dat mensen tijdens een discussie boos worden, gaan schelden of weglopen. Wanneer hij of zij tijdens een pittige discussie zijn emoties in bedwang kan houden en zelfs na afloop de ander de hand kan schudden, kun je zeggen dat hij of zij een goed gesprek kan voeren.
De drang om te winnen, is tijdens een gesprek altijd aanwezig. Niemand wil verliezen. De een wil zo graag de ander van zijn standpunt overtuigen. De hamvraag is: ‘waarom wil men zo graag uit de mond van de ander horen:’ ik zit fout, jij hebt gelijk.’ Vanwaar deze drang in de mens? Wat winnen ze hiermee? Een absolute waarheid bestaat namelijk niet. Al onze gedachten, meningen en overtuigingen blijven subjectief en zijn gefilterd door onze eigen persoonlijkheid.
Veel vruchtbaarder is het om te accepteren dat je elk een persoonlijkheid bent met een eigen mening en je dan af te vragen ‘hoe kan ik het beste omgaan met iemand die een andere mening heeft, zodat het gesprek pittig maar prettig verloopt?’ Het antwoord is: door je te verplaatsen in de ander. Niemand heeft voor honderd procent gelijk. Al heeft de ander maar voor tien procent gelijk dan nog heeft hij of zij een punt.
Ook trots speelt hierbij vaak een rol. Natuurlijk is het prima om je standpunt te verdedigen mits dit gebeurt in een sfeer van wederzijds respect. Laat trots en emoties het gesprek niet in de weg staan. Want dan gaat het meestal mis en ontstaan er onnodige, conflicten en frustraties. Tijdens een communicatie kan je van elkaar leren, dingen vanuit een ander standpunt bekijken. Als we steeds zelf aan het woord willen zijn, zullen we niet veel nieuws horen en op dat moment weinig leren.
Onze DNA-vergaderingen laten zien dat er slecht wordt geluisterd en gecommuniceerd. Men luistert zelden om te begrijpen. Een recent voorbeeld is dat Joghi en Van Samson laatst heel goed beargumenteerden waarom de, veranderingen van de rechtstaat niet goed zouden uitpakken. De drang om de eigen zin door te drukken was te groot dus werd er niet geluisterd.
De DNA is een zeer belangrijk college en heeft daarom een voorzitter nodig die niet aan een partij is gelinieerd en daarom onpartijdig kan zijn.
We hebben mevrouw Simons meegemaakt als DNA-voorzitter, die demonstreerde openlijk dat ze daar zat om de NDP te bevoordelen. Zo iemand mag nooit die post bekleden. Ze maakte de oppositie monddood. De heer Bee probeerde onpartijdig te zijn en straalde rust uit, maar miste het overwicht en de strenge hand. Nu zit de heer Adhin op die stoel en hij mist niet alleen de broodnodige ervaring, maar vooral de integriteit en het besef dat hij onpartijdig moet handelen in landsbelang. Met zo’n voorzitter verliest de DNA haar waardigheid en integriteit.
“Most people do not listen with the intent to understand; they listen with the intent to reply.”
Josta Vaseur
