Er is een opvallend patroon zichtbaar in de Surinaamse politiek. Sommige leden van De Nationale Assemblée mijden consequent de gevestigde televisieprogramma’s waar scherpe interviewers zitten en waar inhoudelijke kennis wordt getoetst. Tegelijkertijd zijn diezelfde volksvertegenwoordigers in de Assembleezaal luid, stellig en vaak verontwaardigd. Dat contrast is geen toeval. Het is een keuze. En het is een keuze die meer zegt over politieke kwetsbaarheid dan over politieke moed.
Een goed geleid televisieprogramma is geen comfortabele omgeving. De vragen zijn voorbereid, de feiten liggen op tafel en de presentator laat zich niet imponeren door functietitels. Wie daar aanschuift, moet weten waar hij of zij over spreekt. Niet globaal, niet op gevoel, maar precies. Juist daarom blijven sommige DNA-leden liever weg. In de assemblee is het microfoonlicht vergevingsgezinder. Interrupties worden als kracht gepresenteerd, volume als overtuiging. Maar buiten die muren werkt dat niet. Daar geldt een andere wet. Wie de klok hoort luiden maar niet weet waar de klepel hangt, wordt genadeloos ontmaskerd.
Dat spreekwoord is de afgelopen weken pijnlijk actueel geworden. In een bijdrage in de DNA suggereerde een lid, door slordige formulering en onvoldoende juridisch besef, dat de Procureur-Generaal van Suriname een bepaalde politieke kleur zou hebben. Het was geen expliciete beschuldiging, maar een insinuatie. Precies dat maakt het gevaarlijk. In een rechtsstaat zijn het juist de suggesties die blijven hangen. Ze worden opgepikt, verdraaid en uiteindelijk als waarheid herhaald.
De Procureur-Generaal is geen politiek instrument en hoort dat ook nooit te zijn. Het ambt ontleent zijn gezag aan onafhankelijkheid en aan de afstand tot partijpolitiek. Wie daaraan morrelt, zelfs onbedoeld, ondergraaft een van de fundamenten van de rechtsstaat. Dat is geen klein vergrijp. Dat is institutionele schade.
Het wrange is dat deze misstap niet in een vacuüm plaatsvond. Kort daarvoor had collega-DNA-lid Krishna Mathoera een sterke, inhoudelijk correcte bijdrage geleverd. Een betoog dat juist liet zien hoe je gevoelige onderwerpen kunt bespreken zonder de grenzen van staatsrecht en politieke verantwoordelijkheid te overschrijden. Haar woorden boden helderheid en rust. Maar politiek is ook timing. Eén ongelukkige uitspraak kan tien goede zinnen neutraliseren. Dat is precies wat hier gebeurde. De focus verschoof van inhoud naar ruis, van beleid naar vermeende intenties.
De neiging om in de Assemblee te schreeuwen en buiten het parlement te zwijgen, is daarmee geen onschuldige communicatiestijl. Het is een symptoom van iets diepers. Onvoldoende dossierkennis, angst voor kritische doorvraag en een misvatting over wat politieke kracht werkelijk is. Kracht zit niet in decibellen, maar in beheersing. Niet in insinuaties, maar in precisie.
Suriname heeft geen tekort aan meningen. Het land heeft behoefte aan zorgvuldigheid. Aan politici die begrijpen dat woorden gewicht hebben, zeker wanneer ze gaan over instituties die boven de dagelijkse politiek horen te staan. DNA is geen theater en de rechtsstaat geen decorstuk. Wie dat onderscheid niet scherp heeft, zou zich moeten afvragen waarom hij of zij het debat liever vermijdt zodra het podium groter en de vragen scherper worden.
Politiek leiderschap vraagt daarom om meer dan
aanwezigheid. Het vraagt om zelfbeheersing, kennis en respect voor de instituties die het land bijeenhouden. Wie alleen durft te spreken waar geen tegenspraak is, bewijst niet dat hij sterk staat. Hij bewijst slechts dat hij bang is voor de klepel, terwijl hij wel luid over de klok praat.
John Radjkumar
