President Jennifer Simons heeft benadrukt dat Suriname, ondanks de financieel-economische uitdagingen van de afgelopen jaren, in wezen geen arm land is. Volgens het staatshoofd beschikt het land over omvangrijke natuurlijke rijkdommen, maar is het de staat nog onvoldoende gelukt om daar structureel voldoende inkomsten uit te genereren ten bate van de samenleving.
Rijk aan hulpbronnen, arm aan opbrengsten
De president stelde dat Suriname beschikt over een stevige basis aan natuurlijke hulpbronnen. Zij verwees expliciet naar de goudsector, de houtsector en de opkomende olie-industrie. Hoewel de oliesector zich volgens haar nog in een ontwikkelingsfase bevindt, ziet zij daarin een belangrijke toekomstige inkomstenbron.
“Laat me voorzichtig zijn, maar eigenlijk zijn we niet echt arm”, gaf het staatshoofd aan. “We hebben een behoorlijke goudsector, we hebben hout, en we hebben olie. We zouden als overheid meer inkomsten moeten kunnen krijgen om de noodzakelijke dingen te realiseren”, sprak zij in een interview met ABC.
Tegelijkertijd erkende de president dat het land er historisch niet in is geslaagd om voldoende staatsinkomsten uit deze sectoren te halen. Dit tekort vertaalt zich volgens haar in beperkte investeringsruimte voor sociale voorzieningen, infrastructuur en economische ontwikkeling.
Hervormingen in goud- en houtsector
Om deze structurele kloof te dichten, is de regering gestart met gesprekken met zowel binnenlandse actoren als internationale partners. Een van de concrete maatregelen betreft aanpassingen in de houtsector. Na bestudering van exportcijfers is besloten om royaltytarieven tijdelijk bij te stellen. De royalty op houtexport wordt teruggebracht naar circa 4,5 procent, in plaats van 5,5 procent. Hiermee wil de regering het verschil met concurrerende landen, zoals Brazilië, verkleinen en smokkel ontmoedigen. Lagere tarieven moeten export via officiële kanalen aantrekkelijker maken en tegelijkertijd de staatsinkomsten stabiliseren.
Voor de goudsector ligt de nadruk op het versterken van de monetaire positie van het land. De bestaande retentieregeling van 35 procent wordt herzien, waarbij goudopbrengsten meer via de Centrale Bank moeten verlopen. Dit moet bijdragen aan de opbouw van internationale reserves en een stabielere deviezenpositie.
Transitie vraagt tijd
De president gaf aan dat hierover al brieven zijn gestuurd aan betrokken instanties, waaronder via de minister van Financiën. De regering verwacht in de komende weken verdere stappen, mede in overleg met de Centrale Bank en de goudsector zelf. Daarbij wordt ook gekeken naar wisselkoerszekerheden voor producenten, zodat zij niet worden benadeeld door koersschommelingen.
Simons benadrukte dat Suriname zich momenteel in een economische transitiefase bevindt. Fouten uit het verleden kunnen volgens haar niet van de ene op de andere dag worden rechtgezet. “Je kan dingen, ook al zijn ze soms fout gegaan, niet altijd direct honderd procent omdraaien”, stelde zij.
“We doen een beroep op ieders verantwoordelijkheid, want het goud dat uit het land weggaat is voor altijd weg. Het moet iets meer opbrengen voor de samenleving.”
