Centrale Bank van Suriname: Economische balans onder druk  

Dit overzicht vat de kern ontwikkelingen van het tweede kwartaal 2025 samen, waarin gematigde groei, oplopende begroting druk en monetaire spanningen het economisch beleidskader van Suriname bepaalden.  

Internationale en nationale economische context

In het tweede kwartaal van 2025 daalden de internationale energieprijzen aanzienlijk, vooral door lagere olieprijzen, terwijl edelmetalen en met name goud sterk in prijs stegen. Voor Suriname werkte deze combinatie gemengd door. De nationale economische groei, gemeten via de Monthly Economic Activity Index, kwam uit op circa 0,6 procent, wat wijst op een lichte groeivertraging ten opzichte van een jaar eerder. 

Groei werd vooral gedragen door handel, transport en horeca, terwijl sectoren als industrie, mijnbouw en landbouw negatief bijdroegen door lagere productie en structurele beperkingen. 

De inflatie bleef relatief gematigd, maar vertoonde een opwaartse tendens door wisselkoersdepreciatie en tariefsaanpassingen bij nutsvoorzieningen. 

Monetaire ontwikkelingen en beleid

De geldhoeveelheid in Surinaamse dollars nam verder toe, voornamelijk als gevolg van hogere kredietverlening aan de private sector en overheidsuitgaven. De kredietverlening met name in handel, nijverheid en dienstverlening nam toe. De Centrale Bank zette openmarktoperaties in om liquiditeiten af te romen en rentekosten te beheersen. Ondanks deze inspanningen werd de basisgelddoelstelling niet gehaald, wat resulteerde in een aanzienlijke underperformance. Tegelijkertijd daalden de beleidsrentes en bancaire rentetarieven duidelijk ten opzichte van 2024, wat wijst op een versoepeling van de monetaire condities.

Overheidsfinanciën en staatsschuld

De overheidsfinanciën stonden in het tweede kwartaal onder zware druk. De inkomsten stegen sterk, vooral door hogere belastingopbrengsten en bijdragen uit de mijnbouw- en oliesector. Daartegenover namen de uitgaven sneller toe, gedreven door personeelskosten, subsidies, transfers en verkiezingsgerelateerde uitgaven. Dit leidde tot een aanzienlijk begrotingstekort. 

De totale staatsschuld liep verder op tot ruim SRD 140 miljard, waarbij het grootste deel in vreemde valuta luidt. 

Zowel de schuldquote als de kwetsbaarheid voor wisselkoersschommelingen bleven hoog, wat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën onder druk zet en het economisch beleid in de komende kwartalen beperkt.

error: Kopiëren mag niet!