Politiek is abstract tot het moment dat de pinpas weigert. Dan wordt beleid plotseling helder, tastbaar en persoonlijk. Geen enkele burger heeft ooit wakker gelegen van een parlementair debat, maar iedereen voelt het wanneer een maatregel aan het einde van de maand overblijft als een minteken. Ideologie verdampt zodra de huur stijgt. Wat resteert is effect. En effect rekent niet in woorden, maar in euroās.
Bestuurders spreken graag over visie, hervormingen en noodzakelijke offers. Het probleem is dat het woord ānoodzakelijkā zelden samenvalt met degene die betaalt. Beleidsstukken worden geschreven in ruime kantoren, maar uitgevoerd aan keukentafels waar de koffie wordt verdund om langer mee te gaan. Daar wordt politiek niet besproken, daar wordt ze ondergaan. Mensen stemmen niet tegen plannen, maar tegen rekeningen.
Het politieke conflict interesseert de burger precies zolang het pijn doet. Zodra de maatregel normaal wordt, verdwijnt ook de verontwaardiging. Niet omdat men het eens is geworden, maar omdat aanpassen een tweede natuur is. Wie weinig heeft, leert snel relativeren. Dat is geen deugd, maar een overlevingsstrategie. Politiek rekent op dat aanpassingsvermogen zoals men rekent op regen in het regenseizoen.
Satire ontstaat waar beloftes botsen met de praktijk. Een minister die zegt dat āiedereen zijn steentje moet bijdragenā terwijl sommige stenen zichtbaar zwaarder zijn dan andere. Een regeringswoordvoerder die spreekt over tijdelijke maatregelen die permanent aanvoelen. Tijdelijk is in de politiek een rekbaar begrip; het rekt tot het volk het vergeet.
Voor veel mensen is politiek geen toekomstbeeld, maar een maandafsluiting. Geen idealen, maar incassoās. Men leest geen partijprogrammaās, maar bankafschriften. En wie zegt dat burgers apathisch zijn, vergist zich. Ze zijn uiterst rationeel. Ze weten precies waar politiek begint: bij de portemonnee. Alles daarbuiten is bijzaak.
